Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
3 februari 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een koopovereenkomst tot stand was gekomen tussen partijen over een vastgoedportefeuille en of de vertegenwoordiging van eiser tot cassatie door zijn advocaat rechtsgeldig was. De advocaat had namens eiser een overeenkomst gesloten zonder expliciete volmacht, waarna de wederpartij zich daarop had beroepen.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat eiser gebonden was aan de overeenkomst op grond van het risicobeginsel, ook al was er geen volmacht verleend. Het hof nam feiten en omstandigheden in aanmerking die voor risico van eiser kwamen en die de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid wekten.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de schijn van volmachtverlening aan de wederpartij kan worden toegerekend aan de vertegenwoordigde indien de wederpartij daarop gerechtvaardigd heeft vertrouwd op basis van feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.