Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 5048007 CV EXPL 16-4441)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met een productie (het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met een productie;
- de memorie van antwoord met een productie;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
3.De beoordeling
- een hoofdsom van € 4.565,-- ter zake onverschuldigd betaalde gasvoorschotten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 1 juli 2015;
- € 728,84 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 11 april 2016;
- € 640,-- vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juni 2015;
- € 50,-- vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum van opeisbaarheid van de onderliggende termijnen;
- De vordering van [appellant] in conventie ter zake terugbetaling van voorschotten voor gasverbruik is niet toewijsbaar (rov. 4.2 tot en met 4.2.2).
- De vordering van [geïntimeerde] in reconventie ter zake de huur van € 640,-- over de maand juni 2015 is toewijsbaar (rov. 4.4 en 4.4.1).
- De vordering van [geïntimeerde] in reconventie ten bedrage van € 50,-- ter zake het onbetaalde deel van de in rekening gebrachte voorschotten voor waterverbruik is toewijsbaar (rov. 4.5 en 4.5.1).
- de vorderingen van [appellant] in conventie afgewezen;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in conventie veroordeeld;
- [appellant] in reconventie veroordeeld om aan [geïntimeerde] € 690,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 640,-- vanaf 1 juni 2015 en over € 50,-- vanaf de datum van opeisbaarheid van de onderliggende termijnen;
- de proceskosten van het geding in reconventie gecompenseerd, aldus dat elke partij de eigen proceskosten dient te dragen.
- € 4.565,-- ter zake onverschuldigd betaalde gasvoorschotten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 1 september 2017;
- € 595,-- ter zake de door [geïntimeerde] terug te betalen waarborgsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 september 2017;
- € 228,47 aan wettelijke rente die over de periode van 1 juli 2015 tot 1 september 2017 is verschuldigd over de bedragen van € 4.565,-- en € 595,--;
- € 633,-- aan buitengerechtelijke kosten.
- toewijzing van de gewijzigde eis van [appellant] in conventie;
- naar het hof begrijpt: afwijzing van de eis van [geïntimeerde] in reconventie;
- veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen [appellant] ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente;
- € 495,-- aan kale huur (voor het appartement inclusief meubilering/stoffering);
- € 75,-- als voorschot voor verwarmingskosten;
- € 25,-- als vergoeding voor kosten van water, boilerhuur en kabel-tv.
- € 3.087,01 inclusief btw voor het tijdvak van 1 juli 2012 tot 1 juli 2013;
- € 2.347,59 inclusief btw voor het tijdvak van 1 juli 2013 tot 1 juli 2014;
- € 2.610,91 inclusief btw voor het tijdvak van 1 juli 2014 tot 1 juli 2015.
4.De uitspraak
- veroordeelt [appellant] om aan [geïntimeerde] € 35,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juni 2015;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in reconventie, en begroot die kosten aan de zijde van [appellant] op € 120,-- aan salaris gemachtigde;