Uitspraak
15.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 17 juli 2018;
- het deskundigenbericht van 14 januari 2019;
- de beslissing van het hof van 31 januari 2019 waarbij de schadeloosstelling en het loon van de deskundige zijn vastgesteld op € 4.029,30 inclusief btw;
- de memorie na deskundigenbericht van [appellant] van 12 februari 2019 met een productie;
- de memorie van antwoord na deskundigenbericht van [geïntimeerde] van 12 maart 2019.
16.De verdere beoordeling
- van de grieven van [appellant] in het principaal appel is grief I, de enige grief tegen het tussenvonnis van 9 januari 2013, verworpen;
- de overige tussenvonnissen zijn in hoger beroep niet aan de orde, zodat alleen het eindvonnis van 22 juli 2015 resteert;
- voor zover de overige grieven in het principaal appel betrekking hebben op de scheurvorming en fundering zijn zij verworpen;
- de voorwaarde voor de voorwaardelijke vermeerdering van eis in conventie van [geïntimeerde] , die verband houdt met de kosten van verbetering van de fundering, is niet vervuld;
- voor het overige hebben de grieven in het principaal appel betrekking op de ondeugdelijke isolatie; dat deze gebrekkig is aangebracht en hersteld moet worden staat inmiddels vast, maar niet hoe en tegen welke kosten dat moet gebeuren;
- voor het overige heeft het incidenteel appel van [geïntimeerde] betrekking op de werkzaamheden die volgens het rapport van de deskundige van 5 december 2014 nog moeten worden uitgevoerd en op de hoogte van het bedrag dat [appellant] vanwege uitgevoerde werkzaamheden nog aan haar verschuldigd is.
- tot uitvoering van de herstelwerkzaamheden zoals omschreven in het rapport van deskundige Kattevilder van 5 december 2014, op de wijze zoals nader uitgewerkt als eerste optie in het rapport van deskundige Kok van 14 januari 2019;
- tot betaling van het bedrag van € 1.361,14 wegens te late oplevering;
- tot betaling van € 1.896,15 wegens waterschade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2011 tot aan de voldoening (geen grief is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter op dit punt).
17.De uitspraak
- tot betaling aan [appellant] van het bedrag van € 1.361,14 wegens te late oplevering;
- tot betaling aan [appellant] van het bedrag van € 1.896,15 wegens waterschade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2011 tot aan de voldoening;