Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg zaaknummer/rolnummer: C/01/292412/HAZA 15-269
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Voor het geval van verschil benoemen de twee experts tezamen een derde expert, die binnen de grenzen van de door hen vastgestelde cijfers de bindende vaststelling zal verrichten ( …) “
- Schade bijgebouw op basis van verkoop € 20.420,00 (-/- voorschot)
- Schade aan woning 26 augustus 2001 igv herbouw € 113.645,62 excl. bijkomende kosten
- Schade aan woning 13 januari 2002 igv herbouw € 91.305,00 excl. bijkomende kosten
- Schade woning op basis van verkoopwaarde € 130.000,00 excl. bijkomende kosten
: “Aan de hand van een gedetailleerde calculatie zijn de volgende herstelkosten en dekkingen boven de verzekerde som vastgesteld:
- Herstelkosten woonhuis € 416.475,00,
- Herstelkosten schuur € 121.538,00.(…)”
: “(…) volgens de ondertekende aktes van schadevaststelling (was er) al in 2002 overeenstemming tussen de door u en door ons ingeschakelde experts. Er is via de volmacht van [verzekeringen] Verzekeringen in december 2002 aan u een uitkeringsvoorstel gedaan. ( …) Wij merken op dat bij de schadevaststelling in december 2002 geen onderverzekering door de experts is geconstateerd. Nu als gevolg van het bindend advies de schadevaststelling aanzienlijk hoger uitvalt moeten wij concluderen dat de verzekerde bedragen op de polis niet toereikend zijn. Omdat er niet meer uitgekeerd kan worden dan er op de polis verzekerd is wordt daar met de uitkering rekening mee gehouden. (…) “.
[geïntimeerde] betwist echter op uiteenlopende gronden de juistheid van dat rapport en/of dat dit rapport leidend zou zijn. [geïntimeerde] betwist dat er ooit, feitelijk, sprake is geweest van onderverzekering.
[appellant] heeft ernstige bezwaren opgeworpen tegen de uitkomst en in het bijzonder tegen de beoordeling door zijn eigen contra-expert [de contra-expert aan de zijde van appellant] ; zijn bezwaren tegen [de contra-expert aan de zijde van appellant] zijn inhoudelijk van aard, maar bovendien stelt hij dat [de contra-expert aan de zijde van appellant] ten onrechte “namens” [appellant] met de schatting van [de expert 2] akkoord is gegaan terwijl [appellant] daarmee niet had ingestemd.
- [geïntimeerde] beroept zich ten aanzien van de waardering uit 2002 erop dat deze is geaccordeerd door de contra-expert [de contra-expert aan de zijde van appellant] die [appellant] zelf heeft aangesteld, zodat [appellant] daaraan gebonden is.
- [appellant] stelt daaraan niet gebonden te zijn omdat, kort gezegd, de contra-expert buiten zijn boekje is gegaan, immers zonder goedvinden van hem – [appellant] – met de taxatie van [de expert 2] had ingestemd.
- [appellant] beroept zich ten aanzien van de waardering van 2008 erop dat was afgesproken dat [adviseur] de herbouwwaarde bindend zou bepalen en daaraan dient ook [geïntimeerde] zich volgens [appellant] te conformeren.
- [geïntimeerde] stelt dat de akte van compromis tussen [appellant] en Nationale Nederlanden geheel buiten haar om is gesloten en dat het bindende karakter van de berekening van [adviseur] niet aan haar, [geïntimeerde] , kan worden tegengeworpen.
- [appellant] stelt daar weer tegenover dat [geïntimeerde] selectief, naar gelang haar uitkomt, zich beroept het wel of niet bindende karakter van de betrokken waarderingen: als het gaat om de waarderingen van 2002 meent [geïntimeerde] [appellant] daaraan wel te kunnen houden, maar als [appellant] [geïntimeerde] aan de taxatie van 2008 wenst te houden beroept [geïntimeerde] zich erop dat zij daaraan niet gebonden zou zijn.
In 2002 daarentegen heeft [appellant] weliswaar vele bezwaren aangevoerd tegen de begroting van [de expert 2] en [de contra-expert aan de zijde van appellant] , doch die richten zich niet specifiek tegen de begroting van de herbouwwaarde, maar tegen vooral nevenposten die onderdeel zouden moeten uitmaken van de schadeberekening.
- [appellant] wijst erop dat [de expert 2] en [de contra-expert aan de zijde van appellant] in 2002 niet een uitgebreide berekening van de herbouwwaarde – gelijk [adviseur] in 2008 wel heeft gedaan – , doch slechts kennelijk globale ramingen hebben opgesteld. De onderliggende bescheiden heeft [appellant] naar hij stelt nooit kunnen krijgen.
- [geïntimeerde] betwist op zichzelf niet dat een uitgebreide berekening welke aan de waardering in 2002 ten grondslag zou hebben gelegen ontbreekt, maar wijst er wel op dat [appellant] weliswaar bezwaren heeft gemaakt tegen die waardering, maar dit juist niet de begrote herbouwwaarde betrof; het ging om allerlei nevenaanspraken waarop de bezwaren van [appellant] zich hadden gericht.
- [appellant] wijst erop dat de berekening van [adviseur] uit 2008 deugdelijk is onderbouwd. [geïntimeerde] heeft bezwaren tegen die berekening. [appellant] stelt dat de bezwaren van [geïntimeerde] berusten op verkeerde lezing van het rapport van [adviseur] .
- Na de branden van 2001 en 2002 zijn conform de polisvoorwaarden experts ingeschakeld door verzekeraar en verzekernemer [appellant] . In 2002 heeft [appellant] heeft [de contra-expert aan de zijde van appellant] benoemd als contra-expert omdat hij niet nogmaals van de diensten van contra-expert [de contra-expert] gebruik wilde maken. Eind 2002 lagen schaderapporten voor die als grondslag voor een verzekeringsuitkering konden dienen.
- [appellant] is op dat moment bezwaar gaan maken tegen onderdelen van het door de door hem aangezocht expert [de contra-expert aan de zijde van appellant] in zijn opdracht opgemaakte rapport. Problemen rondom de facturatie hebben geleid tot een gerechtelijke procedure tussen [appellant] en [de contra-expert aan de zijde van appellant] .
- In een uitvoerige correspondentie tussen [appellant] en [geïntimeerde] is een en ander door [appellant] aan de orde gesteld. In antwoord daarop heeft [geïntimeerde] verschillende malen de gang van zaken uitgelegd waarbij zij heeft aangegeven dat, nu [de contra-expert aan de zijde van appellant] de door [appellant] aangezochte expert was hij die uit dien hoofde de belangen van [appellant] behartigde, het niet aan [geïntimeerde] was om in die relatie te treden. Verder heeft zij daarbij aangegeven dat een assurantietussenpersoon geen enkele invloed kan uitoefenen bij vaststelling van schades.
- Vugts Verzekering heeft reeds op 28 maart 2002 aan [appellant] geadviseerd om ter voorkoming van een impasse bij de schadeafhandeling de benoeming van een contra expert te regelen.
- [appellant] heeft in 2002 zelf een overeenkomst gesloten met de expert [de contra-expert aan de zijde van appellant] en [geïntimeerde] was niet op de hoogte van de inhoud van de opdracht.
- Vrijwel onmiddellijk na het uitkomen van het rapport van [de contra-expert aan de zijde van appellant] heeft [appellant] rechtsbijstand gezocht en is via een advocaat rechtstreeks gaan communiceren met Nationale Nederlanden.
- In juni 2006 heeft de toenmalige raadsman van [appellant] mr Vlasman , “in vervolg op de in (zijn) brief van 27 oktober 2005 gedane aanzet tot een totaaloplossing voor de tussen cliënt en Nationale Nederlanden gerezen discussie omtrent de vergoeding van de (…) schade als gevolge van de branden” in een brief gericht aan [volmacht] Volmacht BV een voorstel gedaan aan Nationale Nederland op basis van de bedragen uit de in 2002 uitgekomen schaderapporten.
- In 2007 is opnieuw een schaderapport opgemaakt op basis waarvan Nationale Nederlanden een voorstel heeft gedaan voor schadeafwikkeling welk voorstel niet is geaccepteerd door [appellant] .
- In 2008 is een bindend advies procedure afgesproken tussen [appellant] en Nationale Nederlanden. [geïntimeerde] is daarin niet gekend.
- Eerst in 2014 is uiteindelijk tot schade-uitkering overgegaan