ECLI:NL:GHSHE:2019:2160
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- R.A.T.M. Dekkers
- F.J.M. Walstock
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis na veroordeling poging tot doodslag
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde een verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die was veroordeeld voor meermalen gepleegde poging tot doodslag. De voorlopige hechtenis was aanvankelijk in eerste aanleg opgeheven wegens onvoldoende ernstige bezwaren, maar na het veroordelend vonnis werd ambtshalve een bevel tot gevangenneming gegeven.
Het hof verwees bij de afwijzing van het verzoek tot opheffing naar eerdere overwegingen in een gerelateerde beschikking (ECLI:NL:GHSHE:2019:2159). Het verzoek tot schorsing werd gemotiveerd afgewezen omdat het veroordelend vonnis berustte op een daartoe bevoegde rechter en niet klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag.
Daarnaast overwoog het hof dat schorsing bij veroordelingen met een straf van twaalf jaar of meer gevangenisstraf slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is, wanneer bijzondere zwaarwichtige persoonlijke omstandigheden het maatschappelijk belang doen wijken. Dergelijke omstandigheden waren niet aangevoerd. Het feit dat verdachte een goed lopend autobedrijf heeft, werd niet als voldoende zwaarwegend beschouwd.
Daarom wees het hof het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af. De uitspraak werd gedaan door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, samen met mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, op 6 juni 2019.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis af.