Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant waarin de verlenging van de uithuisplaatsing van hun kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] werd toegestaan. De ouders betwisten de noodzaak van de uithuisplaatsing en stellen dat zij voldoende pedagogische vaardigheden bezitten en bereid zijn tot samenwerking met hulpverlening.
Het hof heeft de stukken en mondelinge behandeling beoordeeld, waaronder rapportages van diverse instellingen en het raadsrapport. Het hof constateert dat er langdurige hulpverlening is geweest, maar dat de ouders onvoldoende in staat zijn gebleken om constructief samen te werken met hulpverlening en dat er onvoldoende vooruitgang is geboekt in het bieden van een veilige en gestructureerde opvoedomgeving.
Specifiek voor [minderjarige 2] acht het hof terugplaatsing niet in het belang van het kind vanwege zorgen over zijn hechtingsvermogen en emotionele beschikbaarheid van de ouders. Het hof concludeert dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de uithuisplaatsing zijn vervuld en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Het verzoek tot een nieuw raadsonderzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] wordt bekrachtigd tot 17 oktober 2019.