Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 30 oktober 2018;
- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de moeder op 1 april 2019;
- de brief met bijlagen van de GI d.d. 9 april 2019;
- het V6-formulier met bijlagen ingediend door de advocaat van de moeder op 23 april 2019.
3.De beoordeling
.Voor zover de moeder in hoger beroep heeft aangevoerd dat er een seksueel getint incident tussen [minderjarige 1] en een ander pleegkind heeft plaatsgevonden waardoor met name de veiligheid van [minderjarige 1] in het pleeggezin in gevaar zou zijn, is het hof gebleken dat vrijwel direct na dit incident een hulpverleningstraject bij Plinthos is opgestart en een veiligheidsplan in werking is gesteld. Van een voor [minderjarige 1] (en [minderjarige 2] ) onveilige situatie in het pleeggezin is het hof derhalve niet gebleken.