Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Schaeken;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen ouders over het hoofdverblijf en de zorgregeling van hun minderjarige kind na hun scheiding. De rechtbank had het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep. Hij stelde dat het belang van het kind beter gediend is met verblijf bij hem vanwege continuïteit, sociale binding en zorgcapaciteit.
De moeder betoogde dat zij evenveel zorg kan bieden en dat het kind flexibel is. De Raad voor de Kinderbescherming bevestigde dat beide ouders geschikt zijn, maar wees op praktische overwegingen zoals nachtdiensten van de moeder. Het hof oordeelde dat het belang van het kind het meest gediend is met het hoofdverblijf bij de vader in zijn woonplaats, waar rust en continuïteit het beste gewaarborgd zijn.
Daarnaast wijzigde het hof de zorgregeling: de niet-verzorgende ouder krijgt zeven vakantieweken per jaar in plaats van vijf, met flexibele planning, en de wekelijkse omgang blijft eens per twee weken een weekend, met ruimte voor extra incidentele weekenden. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader blijft en wijzigt de zorgregeling voor vakanties en wekelijkse omgang.