Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/257571 / HA ZA 13-44)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties/eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- het tussenarrest van 26 juni 2018 waarbij pleidooi is bepaald;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd en zowel [appellante] als [geïntimeerde] nog een eerder toegezonden productie bij akte in het geding hebben gebracht.
3.De beoordeling
“(..) it could be concluded that without any doubt the fire started in the coffee vending machine (..) Due to the excessive destruction of the machine we were not able to assess the exact cause of the fire in this machine. Also we concluded that examination of the machine by a third party would not reveal the actual cause of the fire. (..)[Mr [deskundige 2] ]
inspected the machine on 26 March 2007 and his preliminary findings are that the seat of the fire was most likely the coffee vending machine. However the exact cause could not be determined but other causes in the direct vicinity could not be excluded. We have not received the final report of Mr [deskundige 2] but (..) we understood that the investigation did not lead to a definitive cause of the fire.”
Verschillende scenario’s werden besproken , die ertoe zouden kunnen leiden dat de boiler oververhit raakte. Deze veronderstelling klopt waarschijnlijk het beste als oorzaak voor de schade gezien de sporen op de boiler (..)”
er werd geen mogelijkheid vastgesteld, waarbij oververhitting van de boiler zou ontstaan. Vanwege de redundante veiligheidsmaatregelen valt niet te begrijpen hoe de boiler zonder ingreep in de techniek oververhit kon raken.
Discussie met de softwareontwikkelaar
De zwaarste schade vertoonde zich op de boiler van het apparaat. (..) Vanwege de eenduidige sporen op de behuizing van de boiler kan vastgesteld worden dat deze oververhit raakte en op de boiler gemonteerde kunststoffen tot ontploffing bracht. (..)
worden welke handmatige ingrepen in de machine ervoor verantwoordelijk waren dat de boiler uiteindelijk oververhit raakte.”
“Aan de hand van concrete sporen kan niet aangetoond worden welke gebrekkige[in de vertaling van [geïntimeerde] staat “foutieve”]
reparatie de technicus ca 12 uur voor de brand uitgevoerd had. Aangezien echter geen mogelijke vaststelbare machinefout tot oververhitting van de boiler kon leiden en bovendien een chronologisch en ruimtelijk verband tussen de werkzaamheden van de technicus en het uitbreken van de brand in de boiler bestaat, kan alleen een ondeskundig[in de vertaling van [geïntimeerde] staat: “onjuist”]
handelen van de technicus tot oververhitting van de boiler en zo tot de brand hebben geleid. Andere mogelijke brandoorzaken en schadescenario’s konden niet vastgesteld worden.”
indien een beveiligingsfunctie zou uitvallen de veiligheidstemperatuurbegrenzing de verwarming[zou]
uitschakelen”,waarbij hij ook opmerkt dat oververhitting van de boiler
“slechts in theorie mogelijk[is]
, omdat de software de fout zou herkennen en de automaat zou uitschakelen”.Daarom bleef als enige reële mogelijke oorzaak voor hem over dat de operator/monteur (door [deskundige 2] “technicus” genoemd) wel een fout zou hebben gemaakt. Met de softwareontwikkelaar heeft [deskundige 2] er eerst nog over gespeculeerd dat de operator/monteur zijn werk misschien wel niet helemaal had afgemaakt, of had ingegrepen in de regeltechniek. Vervolgens concludeert [deskundige 2] , via een verdenking richting die operator/monteur, dat alleen ondeskundig/foutief handelen van die operator/monteur tot de brand kan hebben geleid. Nog steeds blijft [deskundige 2] evenwel in dit rapport een stevige slag om de arm houden, ook in zijn eindconclusie.
Wij beschikken niet over het geciteerde rapport. Het is ons ook niet bekend, wanneer de desbetreffende conclusies getrokken zijn. Het is echter zeker dat de apparatuur vóór ons diepgaand onderzoek tevoren hoogstens uiterlijk beoordeeld zijn”, sluit zijn eerste rapportage, waarin het hof leest dat een definitieve brandoorzaak niet te vinden is en slechts gedacht kan worden aan een fout of ingreep in de regeltechniek door de operator/monteur, eigenlijk goed aan bij het rapport van [de vennootschap 4] .
Het is echter eveneens mogelijk dat hij[de technicus]
vanwege de storingsmeldingen de tweede keer onzeker werd en zijn werkzaamheden na het vervangen van de boiler alleen maar onderbroken had.”
Of een ingreep door derden in de regeltechniek niet mogelijk was, kan niet aangegeven worden. Voor een dergelijke ingreep was echter een geschikte computer met software nodig.”
Vanwege de eerdere storingsmeldingen zou de technicus van [geïntimeerde] de waterniveau- en de temperatuurregeling buiten bedrijf gesteld kunnen hebben. Dit kon tot het verdampen van het water en zo tot een regelmatig uit en weer inschakelen van het verwarmingselement (..) geleid hebben. Aangezien het waterniveau verder gezonken is, zou dat tenslotte tot oververhitting van het bovenste gedeelte van de behuizing geleid kunnen hebben, zonder dat het verwarmingselement echt beschadigd zou zijn.
”
Samenvattend willen wij benadrukken dat wij er ook na hernieuwd onderzoek van de feiten vanuit gaan dat de brand binnen in de drankautomaat en aldaar aan de boiler ontstaan is. Daarbij dient vanwege de sporen aan de behuizing van de boiler uitgegaan te worden van oververhitting in het bovenste gedeelte en daardoor van een vlamvatten van brandbare componenten.
Hier werd in tegenstelling tot de uitspraak van de heer [medewerker] niet beweerd dat de beveiligingssystemen van het apparaat zodanig zijn ingericht dat de oververhitting niet kan zijn ontstaan vanuit de techniek en dat er ook geen technische gebreken waren. Er werd hier in tegendeel verklaard dat er vanwege de grote vernietigingen niet zeker onderzocht kon worden of de schade door technische gebreken ontstaan was of dat de technische beveiligingssystemen door een ingreep in de systeembesturing beïnvloed/gemanipuleerd en daardoor evt. buiten bedrijf gesteld waren. Wat dat betreft werd hier ook niet beweerd dat de brand “alleen kan zijn veroorzaakt doordat een operator het apparaat handmatig heeft gemanipuleerd.”.
In het kader van de schouwing vond er een beoordeling plaats van de plek waar de warmedrankenautomaat stond. Daarbij konden er bij de gehele standplaats geen andere potentiele brandoorzaken of een andere plek waar de brand had kunnen ontstaan buiten het apparaat vastgesteld worden. (..)”
Met name het televisietoestel verviel als oorzaak voor de schade.”
Vanwege de systeembesturing van het apparaat kon er geen technische fout worden vastgesteld (..) Daardoor wordt geconcludeerd dat de servicetechnicus in deze veiligheidsketen ingegrepen moet hebben, wat echter eveneens concreet niet meer bewezen kan worden.
Het technisch onderzoek dat ik heb verricht aan die drankenautomaat en meer in het bijzonder de sporen aan de boiler hebben mij tot de conclusie gebracht dat de brand is ontstaan in de drankenautomaat. U moet het zo zien dat ik enerzijds andere oorzaken dan de drankenautomaat heb kunnen uitsluiten en anderzijds positief heb kunnen vaststellen dat de brand binnen in de automaat is ontstaan.”
Ik heb de boiler vervangen (..). Ik heb daarbij geen wijzigingen aangebracht aan de regeltechniek van het besturingssysteem van de automaat of op een andere manier ingegrepen in de beveiligingstechniek. Nadat ik de boiler had vervangen heb ik volgens voorschrift een testconsumptie genomen om te beoordelen of de automaat weer werkte. Deze testconsumptie was goed. (..) Mijn werk heb ik op die dag volledig afgerond en ik ben niet voortijdig gestopt.”
Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, heeft [appellante] niet de mogelijkheid opengehouden dat een technisch gebrek van de koffieautomaat de brand heeft veroorzaakt. (..) [appellante] heeft slechts meer subsidiair aangevoerd dat in het midden kan blijven of het een fout van de monteur van [geïntimeerde] of een technisch gebrek (..) is geweest dat de brand veroorzaakt heeft (..). Daarmee heeft [appellante] niet de mogelijkheid opengehouden dat de oorzaak een technisch gebrek van de koffieautomaat is geweest.” En in mvg nr 32 stelt zij: “
Het ontstaan van de brand door een technisch gebrek van de koffieautomaat is zoals gezegd eveneens uitgesloten.” [geïntimeerde] heeft dit standpunt van [appellante] ook zo begrepen (vgl. mva nr. 2.73).
De brand is echter niet door oververhitting van de gloeispiraal ontstaan” (mvg nr. 24). [geïntimeerde] heeft dit standpunt van [appellante] ook zo begrepen (vgl. mva nr. 2.14). Tenslotte heeft [appellante] steeds gesteld dat een externe oorzaak (genoemd zijn televisie, wandcontactdoos of zwevende nul) als oorzaak van de brand was uitgesloten.
De uitschakeling van de automatische beveiliging voor de temperatuur en die van het waterniveau leidt ertoe dat de beveiliging van de temperatuur niet meer wordt aangesproken als het water in de boiler te heet wordt en dat het water niet meer wordt bijgevuld (..). Als de automatische beveiligingen (..) zijn uitgeschakeld dan zal dat verwarmingselement door die stoomsensor steeds opnieuw uit- en ingeschakeld worden waardoor steeds een kleine hoeveelheid water verdampt (..) Uiteindelijk heeft dat tot oververhitting van het bovenste gedeelte van de behuizing van de boiler geleid, waardoor het kunststof dat op de boiler was gemonteerd kon ontbranden en de brand kon ontstaan. (..) Het verwarmingselement zelf bleef onbeschadigd aangezien dat ten tijde van het ontstaan van de brand nog deels in het water heeft gestaan (p. 7 van het rapport van 29 augustus 2013 van [deskundige 2] (..)).”
Om welke reden de monteur van [geïntimeerde] ingegrepen heeft in de regeltechniek is [appellante] niet bekend. Mogelijk dat[volgen enkele speculaties, hof]
”.
3.11.2. Voor het overige zullen de beroepen vonnissen van de rechtbank voor zover gewezen tussen [appellante] en [geïntimeerde] worden bekrachtigd, gezien het slagen van grief II onder gedeeltelijke aanvulling van de gronden waarop zij berusten. Grief VIII, een algemene grief die tevens is gericht tegen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, faalt dus ook.