Uitspraak
datum beslissing 16 juli 2019
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak deed de verdachte een wrakingsverzoek tegen de raadsheren van het gerechtshof 's-Hertogenbosch tijdens de zitting waarin het arrest in hoger beroep werd uitgesproken. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat een rechter kan worden gewraakt wegens mogelijke schending van onpartijdigheid.
De wrakingskamer constateerde dat op het moment van het wrakingsverzoek de einduitspraak in de strafzaak al vaststond. De behandeling van de zaak was gesloten, de beslissingen waren genomen en het arrest was gereed en ondertekend. Hierdoor kon het wrakingsverzoek geen effect meer hebben, omdat het verzoek slechts kan worden gedaan tegen een rechter die nog met de behandeling van de zaak is belast.
De wrakingskamer oordeelde daarom dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en stelde het buiten behandeling. De verdachte werd erop gewezen dat hij een gewoon rechtsmiddel kan instellen tegen de uitspraak. De beslissing werd op 16 juli 2019 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie raadsheren.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak al vaststond.