Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[de vennootschap 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[de vennootschap 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 16 oktober 2018 waarbij het hof pleidooi heeft gelast;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;
- de bij H-formulier van 26 april 2019 namens [geïntimeerde] toegezonden producties 8-10, die bij het pleidooi bij akte in het geding zijn gebracht;
- de bij brief van 29 april 2019 namens [appellanten] toegezonden productie 62 (een USB-stick met daarop een (bij aanvang van het pleidooi ook getoonde) film), die bij het pleidooi bij akte in het geding is gebracht.
6.De beoordeling
vormgesloten aandrijving
5.7.1.1.Elke lift moet ten minste één eigen aandrijfeenheid hebben.
(…)
In reconventie heeft de rechtbank voor recht verklaard dat [appellanten] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] door het onterecht leggen van beslag en dientengevolge gehouden is alle schade te vergoeden die [geïntimeerde] als gevolg daarvan tot en met 16 mei 2016 heeft geleden. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen en de proceskosten zijn tussen partijen gecompenseerd.
1. Taakstelling
nietin deze norm beschreven.