Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over de minderjarige kan worden beëindigd en of de vader recht heeft op een omgangsregeling. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de moeder toegekend, waarbij de vader niet ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek tot zorg- en contactregeling.
De vader betoogde dat de voorwaarden voor eenhoofdig gezag niet waren vervuld en dat zijn psychische behandeling verbetering in de communicatie met de moeder zou brengen. Hij verzocht ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een zorg- en contactregeling. De moeder stelde dat de vader zijn rol als gezagsouder onvoldoende had ingevuld en betwijfelde de effectiviteit van zijn behandeling.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag in het belang van het kind moest worden beëindigd vanwege de verstoorde verstandhouding en het gebrek aan constructieve communicatie. Tegelijkertijd erkende het hof dat de vader sinds augustus 2018 therapie volgt en dat dit positieve, maar nog prille ontwikkelingen oplevert. Daarom werd de vader ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een begeleide omgangsregeling, die onder professionele begeleiding bij de Combinatie Jeugdzorg zal plaatsvinden.
De zaak wordt aangehouden voor evaluatie van de omgangsregeling. Het hof bekrachtigde het besluit tot eenhoofdig gezag voor de moeder en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de moeder toegekend; de vader krijgt recht op begeleide omgang met het kind.