In deze civiele zaak vordert appellant schadevergoeding van geïntimeerde wegens diefstal van een Range Rover die geïntimeerde in het kader van een reparatieovereenkomst in bewaring had genomen. Appellant had de auto gekocht en fors geïnvesteerd in restauratie. De auto werd door geïntimeerde opgehaald en op de openbare weg nabij zijn woning geparkeerd, waarna deze werd gestolen.
Het hof kwalificeert de overeenkomst als een gemengde overeenkomst van opdracht en bewaarneming, waarbij geïntimeerde als professioneel bewaarnemer een zorgplicht had om de auto veilig te bewaren. Het hof stelt vast dat geïntimeerde de auto niet op zijn omheinde bedrijfsterrein heeft geparkeerd, maar op de openbare weg, waardoor het risico op diefstal werd vergroot.
Geïntimeerde heeft onvoldoende maatregelen getroffen om diefstal te voorkomen, ondanks dat hij een professioneel garagehouder is en bekend was met de diefstalgevoeligheid van auto's. Het hof acht de diefstal daarom toerekenbaar aan geïntimeerde en wijst aansprakelijkheid toe. De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering over de hoogte van de schadevergoeding.