In deze zaak stond de zorgregeling rondom een minderjarige centraal die in twee woonplaatsen woont en daar voetbalactiviteiten ontplooit. De moeder verzocht om aanpassing van de regeling vanwege de belasting van het vele reizen en de impact op het gezinsleven, terwijl de vader en de bijzondere curator het handhaven van de regeling adviseerden.
Het hof baseerde zich op het verslag van de bijzondere curator, het eindevaluatieverslag van de systeemtherapie en de wensen van de minderjarige zelf. De minderjarige wil de huidige regeling behouden omdat hij hierdoor optimaal kan voetballen en zich prettig voelt bij de bestaande situatie. De systeemtherapie toonde verbeterde communicatie tussen ouders en een positieve ontwikkeling van het kind.
Hoewel de moeder haar bezwaren handhaafde, vond het hof dat het belang van het kind zwaarder weegt dan de bezwaren van de moeder. De regeling wordt daarom voortgezet, met een aangepaste verdeling van het halen en brengen waarbij de vader drie dagen per week verantwoordelijk is en de moeder het halen op zaterdag en zondag in even weken.
Verzoeken van de vader tot wijziging van de omgangstijden en verrekening van kosten werden afgewezen. Het hof verklaarde het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking niet-ontvankelijk en bekrachtigde de bestreden beschikking met de genoemde aanvullingen.