Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
).
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende woonde in 2014 tot 2 augustus in Nederland en was premieplichtig voor de volksverzekeringen. Vanaf 3 augustus 2014 woonde zij in de Verenigde Staten. De Inspecteur stelde het premie-inkomen vast op het volledige arbeidsinkomen van € 18.750 en kende het premiedeel van de heffingskorting tijdsevenredig toe.
Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het premie-inkomen ook tijdsevenredig moest worden berekend en dat zij recht had op het volledige premiedeel van de heffingskorting. Het Hof oordeelde dat sinds 1 januari 2013 de tijdsevenredige berekening van het premie-inkomen is vervallen en dat vermindering alleen mogelijk is op basis van internationale sociale zekerheidsverdragen. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd dat zij in de VS premieplicht had.
Ten aanzien van het premiedeel van de heffingskorting bevestigde het Hof dat dit tijdsevenredig moet worden toegekend volgens de Regeling Wfsv, en dat de keuze van belanghebbende voor binnenlandse belastingplicht niet leidt tot volledige premieplicht. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd, het hoger beroep ongegrond verklaard en geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.