Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag zuiveringsheffing en een aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2016, opgelegd voor een perceel met een dierenpension, dierenartspraktijk en woning. De rechtbank vernietigde de voorlopige aanslag en wees het beroep tegen de aanslag af.
In hoger beroep werd het beroep tegen de voorlopige aanslag niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende niet in een betere positie kon komen. De grieven tegen het gebruik van vervuilingseenheden als maatstaf van heffing werden door het hof verworpen. Het hof oordeelde dat het niet bevoegd is over de redelijkheid van de wettelijke maatstaf te oordelen, maar toetst of de aanslag conform wet- en regelgeving is opgelegd, wat hier het geval was.
Daarnaast werd het betoog van belanghebbende dat zonder zijn toestemming gegevens werden opgevraagd bij derden en dat een onaangekondigd bedrijfsbezoek onrechtmatig was, verworpen. De heffingsambtenaar had bevoegdheid tot het opvragen van waterverbruiksgegevens en ontkende opdracht te hebben gegeven voor het bedrijfsbezoek. Het hof zag geen reden dit te betwijfelen.
Het hoger beroep tegen de aanslag werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof wees een vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd op 8 augustus 2019 gedaan door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige aanslag is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep tegen de aanslag ongegrond, waarmee de rechtbankuitspraak is bevestigd.