Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaarthet hoger beroep ongegrond; en
- bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was werkzaam als taxi-chauffeuse en ontving in 2015 een WAO-uitkering, pensioen en loon. Het UWV stelde vast dat zij tussen 2008 en 2013 te veel WAO-uitkering had ontvangen en vorderde terugbetaling van €18.172,86. Belanghebbende nam dit bedrag als negatief loon op in haar aangifte 2015, maar de Inspecteur corrigeerde dit.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg in het voordeel van belanghebbende en verminderde de aanslag. Het hof moest in hoger beroep beoordelen of de vordering van het UWV in 2015 als negatief loon kon worden aangemerkt. Volgens de wet moet een vordering vorderbaar en inbaar zijn om als negatief loon te gelden.
Het hof stelde vast dat het bedrag pas op 23 februari 2016 definitief was vastgesteld en dat in 2015 geen terugbetaling had plaatsgevonden. Ook was de vordering niet inbaar omdat belanghebbende niet in staat was te betalen. Daarom was de vordering in 2015 niet vorderbaar en inbaar en kon deze niet als negatief loon worden beschouwd.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast wees het hof het verzoek tot vergoeding van griffierecht af en veroordeelde geen partij in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.