Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- de rolbeslissing van 30 april 2019;
- de akte van appellant met één productie;
- de antwoordakte van geïntimeerde.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant stelde hoger beroep in tegen meerdere vonnissen van de kantonrechter waarin een vordering en proceskostenveroordeling werden afgewezen. De vordering betrof een bedrag onder de appelgrens van € 1.750,00 zoals genoemd in artikel 332 lid 1 Rv Pro.
Appellant voerde aan dat het appelverbod niet geldt voor geschillen over proceskostenveroordelingen en dat er sprake was van schending van fundamentele procesrechten zoals het vereiste van hoor en wederhoor, waardoor doorbreking van het appelverbod gerechtvaardigd zou zijn.
Het hof oordeelde dat de appelgrens strikt geldt en dat ook bij betwisting van proceskostenveroordelingen het appelverbod niet doorbroken wordt. Het beroep op schending van procesorde en fair trial had op cassatieniveau aan de Hoge Raad voorgelegd kunnen worden. Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.