ECLI:NL:GHSHE:2019:3114

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 augustus 2019
Publicatiedatum
20 augustus 2019
Zaaknummer
200.255.866_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot inzage bescheiden over geleverde Apple producten en veroordeling tot dwangsom

In deze civiele procedure vordert appellante dat geïntimeerde 1 wordt veroordeeld tot het verstrekken van afschriften van bescheiden die betrekking hebben op de door geïntimeerde 1 geleverde Apple producten, waaronder inkoopfacturen, inkooporders, rapporten over herkomst en authenticiteit en correspondentie met Apple. Tevens wordt een dwangsom geëist voor het geval van niet-naleving.

Geïntimeerde 1 heeft geen verweer gevoerd in het incident ex artikel 843a Rv, waardoor het hof de vordering toewijst. De dwangsom wordt ambtshalve gematigd en gemaximeerd op een totaal van € 6.000,00, met een dagbedrag van € 300,00.

Daarnaast worden geïntimeerde 1 veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord door geïntimeerden, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Geïntimeerde 1 wordt veroordeeld tot het verstrekken van bescheiden en een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.255.866/01
arrest van 20 augustus 2019
gewezen in het incident ex artikel 843a Rv in de zaak van
[appellante] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. B. Niemeijer te Alphen aan den Rijn,
tegen

1.[geïntimeerde 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. R.M. Sjoerdsma te Eindhoven
2.
[geïntimeerde 2] S.A.,gevestigd te [vestigingsplaats] , België,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
advocaat: mr. A. Kotan te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 14 februari 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 28 november 2018, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen appellante – [appellante] – als eiseres en geïntimeerden – [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] – als gedaagden.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6795453 \ 18-2009)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven, tevens houdende een incidentele vordering ex artikel 843a Rv en wijziging van eis, met producties genummerd 9 tot en met 17;
  • het rolbericht waaruit blijkt dat [geïntimeerde 1] geen antwoordconclusie in het incident heeft genomen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3.De beoordeling

3.1.
[appellante] vordert dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van 28 november 2018 vernietigt en opnieuw rechtdoende:
in het incident ex artikel 843a Rv
A. [geïntimeerde 1] veroordeelt binnen twee weken na betekening van dit arrest aan appellante te verstrekken afschriften van bescheiden die zien op de door [geïntimeerde 1] aan [appellante] geleverde Apple producten zoals gespecificeerd in de facturen van 1 februari 2016,
17 februari 2016, 11 maart 2016, 4 mei 2016 en 1 juni 2016, met betrekking tot de herkomst, authenticiteit en vrije verhandelbaarheid van de onderhavige producten, waaronder meer specifiek, inkoopfacturen, inkooporders, rapporten met betrekking tot de herkomst en authenticiteit en de correspondentie met Apple waar het deze producten als voornoemd betreft;
[geïntimeerde 1] te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 2.000,00 per dag dat [geïntimeerde 1] geen opvolging geeft aan het verzoek tot overlegging van de bescheiden als bedoeld onder A,
in de hoofdzaak
[geïntimeerde 1] te bevelen een bedrag van € 5.600,00 te betalen, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van € 655,00 alsmede de wettelijke handelsrente vanaf 19 oktober 2017,
[geïntimeerde 2] te bevelen een bedrag van € 2.400,00 te betalen, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van € 360,00 alsmede de wettelijke handelsrente vanaf 19 oktober 2017,
in het incident en in de hoofdzaak
[geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties, een en ander binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor zover voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over deze (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn.
In het incident
3.2.
[appellante] heeft een incidentele vordering ex artikel 843a Rv aanhangig gemaakt. Zij stelt dat [geïntimeerde 1] weigert om kenbaar en inzichtelijk te maken dat zij originele en vrij verhandelbare producten aan [appellante] heeft geleverd. Volgens [appellante] beschikt [geïntimeerde 1] wel over deze stukken en verwijst daarvoor naar het e-mailbericht van 6 september 2017 aan [appellante] .
3.3.
Op grond van artikel 843a lid 1 Rv kan degene die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorganger partij is, van degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, welke vordering, bij gebreke van eventuele tegenspraak, in beginsel toewijsbaar is.
3.4.
[geïntimeerde 1] heeft geen antwoordconclusie in het incident ingediend. Bij gebreke aan verweer van de zijde van [geïntimeerde 1] zal de vordering van [appellante] worden toegewezen als gevorderd.
3.5.
Het hof zal de dwangsom ambtshalve matigen en maximeren als volgt.
3.6.
[geïntimeerde 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in het incident worden veroordeeld in de proceskosten als volgt.
In de hoofdzaak
3.4.
De zaak wordt naar de rol verwezen voor de memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

Het hof:
in het incident:
veroordeelt [geïntimeerde 1] om binnen twee weken na betekening van dit arrest aan [appellante] te verstrekken afschriften van bescheiden die zien op de door [geïntimeerde 1] aan [appellante] geleverde Apple producten zoals gespecificeerd in de facturen van 1 februari 2016, 17 februari 2016,
11 maart 2016, 4 mei 2016 en 1 juni 2016, met betrekking tot de herkomst, authenticiteit en vrije verhandelbaarheid van de onderhavige producten, waaronder meer specifiek, inkoopfacturen, inkooporders, rapporten met betrekking tot de herkomst en authenticiteit en de correspondentie met Apple waar het deze producten als voornoemd betreft, voor zover [geïntimeerde 1] de bescheiden te harer beschikking of onder haar berusting heeft;
veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling van het bedrag van € 300,00 voor iedere dag dat [geïntimeerde 1] niet aan de hierboven vermelde veroordeling tot het verstrekken van afschriften van bescheiden voldoet en bepaalt dat boven de som van € 6.000,00 geen dwangsommen meer worden verbeurd;
veroordeelt [geïntimeerde 1] in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [appellante] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 759,00 (1 punt, tarief I) aan salaris advocaat;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door ieder van geïntimeerden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, J.M.H. Schoenmakers en
H.AE. Uniken Venema en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op
20 augustus 2019.
griffier rolraadsheer