Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 24 juli 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 10 oktober 2018;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties.
6.De beoordeling
- [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] houdt zich bezig met de detachering, uitzending, werving en selectie van voornamelijk buitenlandse arbeidskrachten. In dat kader regelt [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] ook woonruimte voor die arbeidskrachten.
- Bij huurovereenkomst van 14 mei 2017 heeft [geïntimeerde] aan [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] de woning aan [adres] te [vestigingsplaats] verhuurd voor 10 maanden, ingaande op 20 mei 2017 en eindigend op 20 maart 2018, tegen een huurprijs van € 1.914,--per maand.
- Nadat [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] buitenlandse arbeidskrachten in de woning had gehuisvest, zijn er verschillende klachten gekomen van buurtbewoners. Naar aanleiding daarvan heeft [geïntimeerde] een gesprek gevoerd met [de bestuurder van uitzendbureau (vestigingsnaam)] , bestuurder van [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] .
- Bij e-mail van 12 juli 2017, 11:49 uur, heeft [geïntimeerde] aan [de bestuurder van uitzendbureau (vestigingsnaam)] onder meer het volgende meegedeeld:
Tussen 21 en 24 juli zijn jullie nog aanwezig om te poetsen
Maandag 24 juli om 09:00 uur is de zuivere oplevering van het huis en het inleveren van de sleutels (…)
(…)
Maandag 24 juli 2017 betaling van huurfactuur d.d. 20 mei (…)
Vrijdag 28 juli 2017 betaling van de huurfactuur d.d. 18 juni (…)
Vrijdag 04 augustus betaling van de € 750,-- (overbruggingsbedrag), ik stuur (…) hiervoor nog de factuur (…)
- [geïntimeerde] heeft aan [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] facturen gezonden van 20 mei 2017 (€ 1.914, ter zake huur van 20 mei tot 20 juni 2017), 18 juni 2017 (€ 1.914,-- ter zake huur van 20 juni 2017 tot 20 juli 2017) en 11 juli 2017 (€ 750,-- ter zake ‘Afgesproken bedrag t.b.v. overbrugging na einde huur [adres] ).
- [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] heeft deze facturen onbetaald gelaten.
- een hoofdsom van € 4.578,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding (13 oktober 2017);
- € 29,46 aan op de dag van de inleidende dagvaarding over de hoofdsom reeds vervallen wettelijke rente;
- € 705,19 aan buitengerechtelijke incassokosten.
7.De uitspraak
- I. te bewijzen dat [geïntimeerde] haar de huur over de periode van 20 mei 2017 tot 20 juli 2017 heeft kwijtgescholden;
- II. tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van [geïntimeerde] dat partijen in het kader van de tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst zijn overeengekomen dat [Uitzendbureau (vestigingsnaam)] aan [geïntimeerde] een overbruggingsbedrag van € 750,-- zou voldoen;