Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
- mevrouw [belanghebbende 1](oma/pleegmoeder van [minderjarige 1] );
- de heer en mevrouw [belanghebbende 2](pleegouders van [minderjarige 2] );
- de heer en mevrouw [belanghebbende 3](pleegouders van [minderjarige 3] ).
de heer [de vader], hierna te noemen: de vader.
de Raad voor de Kinderbescherming,regio Zuidoost-Nederland,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 1] en mevrouw [vertegenwoordiger van de GI 2] .
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 26 maart 2019, overgelegd door de advocaat van de moeder bij V-formulier van 2 juli 2019;
- de brief van de advocaat van de moeder van 2 mei 2019;
- de pleitaantekeningen van de advocaat van de moeder in eerste aanleg, ingekomen ter griffie van het hof op 15 mei 2019;
- enkele verslagen van begeleide bezoeken uit de periode januari/februari/maart 2019, opgesteld door [naam] , ingekomen ter griffie van het hof op 15 mei 2019;
- de persoonlijke brief van de moeder, ingekomen ter griffie van het hof op 24 mei 2019;
- het V-formulier van 3 juli 2019 van de advocaat van de moeder met als bijlage een persoonlijke brief van de moeder;
- de brief van de raad van 3 juli 2019, ingekomen op 5 juli 2019, houdende mededeling dat de raad niet ter zitting zal verschijnen;
- de brief van de raad van 4 juli 2019, ingekomen op 5 juli 2019, houdende mededeling van de afdoening van een (interne) afdoening van een klacht die de moeder aan het adres van de raad had gericht;
- de brief van de pleegouders van [minderjarige 2] van 17 juli 2019;
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 18 juli 2019;
- de brief van de pleegouders van [minderjarige 3] met één bijlage, ingekomen ter griffie op 19 juli 2019;
- het faxbericht met bijlagen van de GI van 19 juli 2019.
3.De beoordeling
[minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3](hierna: [minderjarige 3] ), op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
[minderjarige 4]. [minderjarige 4] woont thuis bij haar ouders.
één jaarten behoeve van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
half jaarmet ingang van 3 oktober 2018 tot 3 april 2019. De rechtbank heeft de behandeling van het resterende deel van het verzoek aangehouden.
- dat de ouders hun huis op orde hebben en dat zij (en ook [minderjarige 1] en [minderjarige 4] ) er verzorgd uitzien;
- dat de moeder tijdens de observaties door de SDW veel stress heeft vanwege de uithuisplaatsing van de kinderen: er is sprake van continue stress, waarbij de stress het ene moment hoger is dan het andere moment;
- dat de vader een warme en liefdevolle bejegening naar de kinderen liet zien;
- dat er een wisselend beeld is ontstaan wat betreft de opvoedingsvaardigheden vanwege de stress van de moeder en de gedeeltelijke afwezigheid van de vader;
- dat de moeder, als zij
- dat de ouders voldoende opvoedingsverantwoordelijkheid kunnen nemen wanneer er stressfactoren (zoals omgevingsfactoren en aanwezigheid van pleegouders) worden weggenomen tijdens het begeleid contactmoment;
- dat de zorgen omtrent de opvoedingsvoorwaarden zijn gericht op financiën, het onvoldoende prioriteit stellen in de aanschaf van noodzakelijke producten voor de verzorging van [minderjarige 4] , de problematiek van de vader en het ontbreken van een steunend netwerk.
een vakantiemet hun ouders. Na deze ‘vakantie’ zullen de kinderen terugkeren naar de pleeggezinnen. Het is aan de moeder (en aan de vader) om te laten zien dat zij binnen de voorgestelde gezinsopname over voldoende opvoedingsvaardigheden beschikken om zelf voor de kinderen te zorgen. Na deze gezinsopname kan duidelijkheid worden gegeven over de (on)mogelijkheden van de ouders en het opgroeiperspectief van de kinderen. Dit perspectief staat wat het hof betreft nog niet vast. Indien na de gezinsopname zou blijken dat het perspectief van de kinderen toch niet bij de moeder (en de vader) ligt, verwacht het hof dat de moeder die uitslag zal accepteren en haar strijd zal staken.
dinsdag 21 januari 2020 om 09.00 uurzal de mondelinge behandeling worden voortgezet, waarbij het hof erop rekent dat de opvoedingsvaardigheden van de moeder (en de vader) volledig in kaart zijn gebracht en het perspectief van de kinderen duidelijk is geworden. Het hof verzoekt de GI de resultaten van de gezinsopname uiterlijk in de week voorafgaand aan de zitting over te leggen aan de ouders en het hof.