Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/354467 / KG ZA 19-47)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de bij brief van 1 augustus 2019 door [appellante] toegezonden aanvullende producties 15 tot en met 22, die [appellante] bij het pleidooi in het geding heeft gebracht. Het hof heeft het bezwaar van [geïntimeerde] daartegen verworpen omdat de producties op voorhand tijdig zijn toegezonden en omdat de aard en omvang van de producties naar het oordeel van het hof klaarblijkelijk geen beletsel vormen om daarvan binnen de beschikbare tijd kennis te nemen en daarop adequaat te reageren.
- het op 15 augustus 2019 gehouden pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
verzorgde het transport naar de locatie van Dow en voerde voorafgaand aan de verhuur voorbereidende werkzaamheden uit (aan de inrichting) die nodig waren voor het operationeel opleveren van de BRM’s bij Dow.
Belevering van Dow is genoemd als een van de doelen waarvoor de overeenkomst is gesloten.
In de overeenkomst is opgenomen dat deze eindigt op 31 december 2018 en niet automatisch zal worden verlengd.
I have received [medewerker van appellante 1] ’s email regarding the state of our continued negotiations on the extension of the 2014 lease agreement between our companies through December 31, 2022. (…)Regardless of your decision on continuing negotiations, [geïntimeerde] will continue to operate in good faith for the remaining term under our existing 2014 agreement, as well under the extension of our contract with [appellante] relative to the Dow contract. To that end, we already have built and delivered additional buildings, at the request of [appellante] , for the benefit of Dow, as part and parcel of the agreement to extend to December 31, 2019, the agreement as it relates to Dow. As we have done for the past year, we also will continue through December 31, 2019 to: (1) pay to [appellante] an increased fee; (2) charge and invoice on the basis of a reduced rental fee for our buildings that are in turn leased to Dow; and (3) honor the exclusivity agreement that we have with [appellante] regarding Dow business throughout Europe. We trust that [appellante] and Dow also will honor the exclusivity to which you both have agreed and which inures to the benefit of [geïntimeerde] . Of course, through the expiration date of the 2014 written agreement, we also will continue to pay [appellante] the agreed upon increased fee. [geïntimeerde] continues to reserve all of its rights under and in connection with the 2014 written agreement and the discontinued negotiations, as well as under and in connection with the extension of the agreement as it relates to Dow. Furthermore, [geïntimeerde] will continue in good faith to comply with the terms of the 2014 written agreement as well as with the terms of the Dow extension. We trust and expect that [appellante] will fulfill all of its obligations under and in connection with our agreement, both as it relates tot the non-Dow-related portion expiring at the end of this year and to the Dow-related portion extending through the end of 2019.”
As requested, see enclosed forecast/planning 2019. The quotation for the first and second quarter of 2019 will be PO[hof: purchase order / bestelling]
still in 2018. I have added orange time installation/demobilization and blue for preparation time JS (furniture etc.) As you see we do have an overlap and shortage of modules, I have informed Dow on this and we have agreed that in case we have received the PO we will discuss this topic (Probably Dow on 3rd and 4th quarter will adjust). (…)”
Thanks this is great. Do you think you will be able to get and LOI or written email in advance of the PO from DOW confirming the requirement?”
(…) Finally we have received all LOI and PO for the BR modules on Dow Chemical for 2019.
the installation and workshop time needed for [appellante] (marked on planning in bleu and brown) to have all items ready and to guarantee the TO date requested bij Dow Chemical. (…)
(…) Al onze inkopen geschieden volgens onze algemene inkoop- en onderaannemingsvoorwaarden [appellante] Group bv d.d. 1 februari 2011. We zenden u op eerste verzoek een exemplaar (…)”
(…) The decision, made by the board of [appellante] (…) is, that we (…) from 2020, will stop the partnership between [appellante] (…) and [geïntimeerde] (…)
Thanks fort the response and we appreciate your commitment to work through this in a positive fashion (…)”
Please note also the preparation and installation time mentioned in the planning (marked in blue and brown on planning). As you can see we need already start preparing the modules for Dow week 03 and 08/2019. As these modules will be used for a TA we cannot take the risk for delivering the modules too late on site.”
First, and foremost, I have confirmed that everyone here at [geïntimeerde] understands that irrespective of the status of our prior agreement, we have a contract with [appellante] going forward to supply the Dow Modules. (…)
Hoewel de einddatum van dit project nog niet is verstreken en [appellante] heeft gevorderd de beschikking te hebben over deze BRM’s tot 29 december 2019 (vordering V), heeft [appellante] naar het oordeel van het hof ook bij deze vordering geen belang meer. Vaststaat immers dat partijen nieuwe afspraken hebben gemaakt over de levering van BRM’s voor dit project in een Escrowovereenkomst (rov. 3.1.17.). Op grond daarvan dient [geïntimeerde] 80 BRM’s ter beschikking dient te stellen van week 33 tot en met 48 (12 augustus 2019 tot en met 1 december 2019). [appellante] kan van deze nieuwe afspraken nakoming vorderen.
Voor zover de overeenkomst zou zijn verlengd zoals [appellante] stelt en de afspraken op basis daarvan voor het project [productielocatie 1] niet zouden zijn vervangen of achterhaald met de afspraken voor het project [productielocatie 1] in de Escrowovereenkomst, heeft [appellante] onvoldoende toegelicht dat en op welke wijze die afspraken afwijken van de afspraken uit de Escrowovereenkomst en welk belang zij heeft bij nakoming daarvan. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat partijen op de zitting in hoger beroep hebben toegelicht dat [geïntimeerde] de BRM’s bij Dow [productielocatie 1] zal ontmantelen en verwijderen nadat de verhuurperiode is verstreken. [appellante] heeft er dus geen belang bij tot 29 december 2019 over de BRM’s bij Dow [productielocatie 1] te blijven beschikken nadat de in de Escrowovereenkomst overeengekomen huurperiode tot 1 december 2019 is verstreken.
Naar het voorlopig oordeel van het hof vormen de verklaringen in deze drie e-mails geen bevestiging van verlenging van de overeenkomst voor zover het Dow betreft en ook geen aanbod tot en aanvaarding van verlenging daarvan. Zo benoemt [geïntimeerde] in de e-mail van 23 april 2018 met welke (ten opzichte van de overeenkomst aangepaste) afspraken zij akkoord kan gaan. Dit betreft slechts bepaalde, in de email benoemde onderdelen van de overeenkomst en niet alle onderdelen (een vergoeding voor opslag bij [appellante] ontbreekt bijvoorbeeld). Bovendien behoudt [geïntimeerde] zich in deze e-mail alle rechten voor en hebben partijen vervolgens nog bijna acht maanden lang onderhandeld over verlenging van de overeenkomst voordat [appellante] op 18 december 2018 mailde de samenwerking per 2020 te willen beëindigen.
As discussed and agreed during the last meeting, both parties will respect the contract for 2019 on Dow Benelux BV, which includes the account of [de vennootschap] in combination with [geïntimeerde] Buildings international as supplier/designer of the BR lease modules.”[geïntimeerde] heeft betwist dat de overeenkomst mondeling is verlengd. Volgens [geïntimeerde] waren partijen overeengekomen dat [geïntimeerde] de lopende verplichtingen voor 2019 uit het contract tussen [appellante] en Dow zou respecteren en ziet “
the contract for 2019 on Dow Benelux BV” uit de mail van [appellante] daarom op de afspraken van [appellante] met Dow. Uit de woorden “
both parties” heeft [geïntimeerde] niet hoeven opmaken dat dit anders zou zijn omdat die evengoed kunnen verwijzen naar “
the last meeting” waarbij beide partijen afspraken hebben gemaakt.
Dat [appellante] onderaan de e-mail eenzijdig toezegt te zullen werken zoals de voorafgaande vier jaren, bevestigt evenmin dat partijen de overeenkomst mondeling hebben verlengd. Een dergelijke toezegging lijkt in dat geval immers juist overbodig. Naar het voorlopig oordeel van het hof vormt de e-mail van [appellante] van 18 december 2018 daarom geen bevestiging van een eerdere mondelinge verlenging van de overeenkomst.
we appreciate your commitment to work through this in an positieve fashion”in de mail van [geïntimeerde] van 18 december 2018, naar het voorlopig oordeel van het hof een dergelijk aanbod ook niet is aanvaard. Dit betekent dat de overeenkomst naar het voorlopig oordeel van het hof niet is verlengd en op 31 december 2018 is geëindigd. Voor bewijslevering over de door [appellante] gestelde verlenging van de overeenkomst is in deze kort gedingprocedure geen plaats. Grief 8 faalt.
De levering(en) en/of werkzaamheden dienen op het in de Opdracht vastgestelde tijdstip te beginnen en plaats te vinden overeenkomstig het door Opdrachtnemer vast te stellen schema.”
Het hof oordeelt hieromtrent voorshands als volgt. Hoewel [appellante] onvoldoende heeft betwist dat [geïntimeerde] deze algemene voorwaarden nooit heeft ontvangen, heeft [geïntimeerde] daaraan niet het rechtsgevolg vernietiging verbonden. De algemene voorwaarden maken daarmee onderdeel uit van de overeenkomst nu ze in de purchase orders van toepassing zijn verklaard en [geïntimeerde] de purchase orders heeft goedgekeurd. In voornoemd artikellid is niet bepaald dat bij toezending van een planning eerder moet worden geleverd dan op het ‘in de opdracht vastgestelde tijdstip’, zijnde de in de purchase order genoemde datum. Bovendien blijkt uit artikel 2 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden dat hetgeen in de opdrachtbevestiging staat prevaleert boven onder meer hetgeen is bepaald in artikel 4. De voorbereidingsperiode uit de planning van [appellante] is dus niet overeengekomen met de algemene voorwaarden.