ECLI:NL:GHSHE:2019:3346
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing beschermingsbewind wegens wegvallen oorspronkelijke gronden
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 12 september 2019 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van een beschermingsbewind. Het bewind was in 2011 ingesteld vanwege problematische schulden veroorzaakt door een gokverslaving en werkloosheid van de rechthebbende.
De rechthebbende stelde dat de omstandigheden die tot het bewind hadden geleid niet meer bestonden. Hij was sinds 2017 schuldenvrij, ontving een stabiel inkomen uit AOW en aanvullend pensioen, en had spaargeld opgebouwd. Tevens was hij aangesloten bij het Leger des Heils en had hij hulp geregeld via een budgetbeheerder om zijn financiën zelfstandig te beheren.
Het hof oordeelde dat op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling geen aanwijzingen waren dat de rechthebbende nog steeds problematische schulden of een gokverslaving had. De noodzaak tot voortzetting van het bewind bestond daarom niet meer. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wees het verzoek tot opheffing van het bewind toe, met ingang van 1 oktober 2019. Proceskosten werden gecompenseerd en de bewindvoerder kreeg opdracht tot afrekening.
Uitkomst: Het hof heft het beschermingsbewind op met ingang van 1 oktober 2019 wegens het wegvallen van de oorspronkelijke gronden.