Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden samen een vennootschap onder firma (vof) zonder schriftelijke overeenkomst, waarbij belanghebbende slechts beperkte werkzaamheden verrichtte en de echtgenote het dagelijkse beheer voerde. Over de jaren 2011 tot en met 2014 werden verliezen toegerekend aan belanghebbende, wat aanleiding gaf tot navorderingsaanslagen door de Inspecteur.
De Inspecteur stelde na een boekenonderzoek dat de winst- en verliesverdeling niet zakelijk was en corrigeerde deze naar een 50%-50% verdeling. Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was voor navordering, dat de resultaatverdeling zakelijk was en dat hij mocht vertrouwen op de door hem ingediende aangiften.
Het Hof oordeelde dat de aangiften over 2011-2013 een verzorgde indruk maakten en dat de Inspecteur bij oplegging van de aanslagen niet verplicht was tot nader onderzoek. Het boekenonderzoek bracht een nieuw feit aan het licht dat navordering rechtvaardigde. Tevens werd geoordeeld dat de resultaatverdeling niet het economisch belang weerspiegelt, omdat belanghebbende slechts beperkte uren werkte maar alle verliezen droeg. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen bijkomende omstandigheden dit ondersteunden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.