Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde op 15 juli 2019 het verzoek van een gewezen verdachte tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging en zonder toepassing van artikel 9a Sr was geëindigd.
De verzoeker vroeg een vergoeding van ruim €320.900,00, bestaande uit kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep, alsmede kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift ex artikel 591a Sv. Het hof hanteerde als uitgangspunt dat alleen kosten in rechtstreeks verband met de strafzaak en na inschakeling van politie en justitie in aanmerking komen.
Na beoordeling van de aard, omvang en complexiteit van de zaak en op grond van billijkheid beperkte het hof de vergoeding tot een bedrag van €175.000,00 voor rechtsbijstandskosten en een forfaitaire vergoeding van €550,00 voor het verzoekschrift.
De totale vergoeding van €175.550,00 werd toegekend, het meerdere werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken op 26 juli 2019 door de meervoudige kamer van het hof.