Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, exploitant van een activiteitencomplex met onder meer een zwembad en fitnessruimten, kreeg voor 2013 een aanslag zuiveringsheffing opgelegd. De heffingsambtenaar had het aantal vervuilingseenheden (ve) geschat op basis van forfaitaire tabellen en een verdeling van waterverbruik over verschillende bedrijfscategorieën. Belanghebbende betwistte de toegepaste methode en stelde dat het waterverbruik anders moest worden toegerekend.
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de bedrijfsruimte niet uitsluitend als zwem- en badinrichting kon worden aangemerkt en dat de restcategorie van toepassing was. Ook concludeerde de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het waterverbruik anders moest worden toegerekend, mede omdat niet 24/7 gemeten was.
Het Hof onderschrijft deze overwegingen en bevestigt dat de heffingsambtenaar terecht een schatting heeft gemaakt op grond van de geldende wet- en regelgeving. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Tevens worden geen proceskosten toegekend en wordt het griffierecht niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag zuiveringsheffing wordt bevestigd.