Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- het arrest van 15 augustus 2017 in het incident ex artikel 351 Rv Pro;
- de memorie van antwoord;
- de akte van [de rechthebbende] met productie 7;
- de antwoordakte alsmede akte overleggen producties met producties 2 en 3 van Heemwonen;
- de rolbeslissing van 9 april 2019, waarbij het hof de zaak naar de rol heeft verwezen om [de rechthebbende] in staat te stellen de bewindvoerder in het geding op te roepen;
- de akte houdende uitlating in het appel van [de rechthebbende] met de mededeling dat de bewindvoerder het geding overneemt;
2.De verdere beoordeling
De inwonende zoon krijgt slechts toestemming om maximaal tot 6 maanden na overlijdensdatum van moeder, dus t/m 9 november 2016, in de woning te mogen blijven wonen;
- Hij kan geen definitieve goedkeuring krijgen tot het huren van deze woning en op zijn naam de woning gaan huren omdat hij niet aan de nieuwe passendheidsregels conform de Woningwet voldoet;
- Hij zal zich zo snel mogelijk moeten inschrijven als woningzoekende en op zoek gaan naar passende woonruimte, hetgeen inhoudt dat hij bij een inkomen tot € 22100,00 alleen in aanmerking kan komen voor een woning met een netto huurprijs tot € 586,68 p/m;
- Als hij aan bovenstaande verplichtingen voldoet, zal HEEMwonen bemiddelen bij het vinden van passende woonruimte;
duurzame, op de toekomst gerichte, gemeenschappelijke huishouding. Daarnaast voldoet [de rechthebbende] niet aan het vereiste voor voortzetting van de huur dat hij vanuit financieel oogpunt voldoende waarborg biedt aan Heemwonen voor een behoorlijke nakoming van de huur. Aldus – steeds – de kantonrechter.
NJ2014/249 met annotatie van J.L.R.A. Huydecoper).
duurzamegemeenschappelijke huishouding tussen [de rechthebbende] en zijn moeder. De kantonrechter heeft deze vraag ontkennend beantwoord. [de rechthebbende] heeft daartegen grieven gericht.