ECLI:NL:GHSHE:2019:3623
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitbreiding contactmomenten tussen ouders en jonge drieling tijdens uithuisplaatsing
De ouders van een jonge drieling, die sinds juli 2018 onafgebroken onder toezicht staat en uit huis is geplaatst, hebben bij het gerechtshof hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Limburg. Zij verzochten om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) te laten vervallen en een nieuwe omgangsregeling vast te stellen, met uitbreiding van de contactmomenten, waaronder meerdere dagen per week en extra momenten op feestdagen en verjaardagen.
De GI en de Raad voor de Kinderbescherming verzochten de bestreden beschikking te bekrachtigen. De GI stelde dat de kinderen na contactmomenten met de ouders heftige reacties vertonen en dat begeleiding nodig blijft. De pleegouders bevestigden de onrust bij de kinderen na contact en benadrukten de problematische relatie tussen ouders en pleegouders.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:265f BW de GI contactmomenten kan beperken en dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig en gemotiveerd is. Gezien de problematische situatie en het gedrag van de kinderen na contactmomenten, moet eerst onderzocht worden waar de onrust vandaan komt. Daarom is uitbreiding van de contactmomenten op dit moment niet in het belang van de kinderen.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Limburg en wees het verzoek van de ouders af. Het hof sprak de hoop uit dat de betrokken partijen zullen meewerken aan het hulpverleningstraject om de situatie te verbeteren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing en uitbreiding van contactmomenten afwijst.