ECLI:NL:GHSHE:2019:3624
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en benoeming gecertificeerde instelling tot voogd over minderjarige in pleeggezin
De minderjarige is sinds 2017 onder toezicht gesteld en verblijft sinds juni 2018 in een perspectief biedend pleeggezin. De rechtbank had het ouderlijk gezag van de ouders beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemd. De ouders gingen hiertegen in hoger beroep en stelden dat zij met hulpverlening de verzorging en opvoeding van de minderjarige zelf kunnen verzorgen en dat de bezoekregeling te beperkt is om hun vaardigheden te tonen.
Het hof nam kennis van de standpunten van de ouders, de raad en de GI. Uit diverse onderzoeken en hulpverleningstrajecten blijkt dat de ouders niet in staat zijn de verzorging en opvoeding van de minderjarige adequaat op zich te nemen. De moeder kampt met een complexe psychische problematiek die langdurige hulp vereist. Het belang van het kind bij continuering van het perspectief in het pleeggezin weegt zwaar.
Het hof oordeelt dat de beëindiging van het ouderlijk gezag en de voogdij door de GI noodzakelijk is om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokkenen en het welzijn van de minderjarige te waarborgen. Een gezinsopname als onderzoek wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van het kind is. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.