Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, werkzaam in loondienst, ontving in november 2016 een bonus waarop loonheffing werd ingehouden. Na een verzoek om vooroverleg over de fiscale behandeling van de bonus, diende belanghebbende op 17 januari 2017 een bezwaarschrift in tegen de ingehouden loonheffing. Dit was na afloop van de wettelijke bezwaartermijn die liep van 24 november 2016 tot 4 januari 2017.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, een oordeel dat belanghebbende aanvocht in hoger beroep. Het hof overwoog dat de eerdere notitie en e-mail van de gemachtigde niet als tijdig bezwaarschrift konden worden aangemerkt omdat zij niet expliciet stelden dat men het niet eens was met de inhouding van loonheffing. Ook was er geen verplichting voor de inspecteur om te vragen naar een bezwaarschrift of gelegenheid te bieden om het verzuim te herstellen.
De jurisprudentie waarop belanghebbende zich beriep, was niet van toepassing omdat daar geen sprake was van professionele bijstand. Het hof bevestigde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen ingehouden loonheffing is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.