ECLI:NL:CRVB:2013:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College moet bezwaar appellant tegen vervoersvoorziening Wmo alsnog inhoudelijk behandelen
Appellant had op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een vervoersvoorziening toegekend gekregen, gebaseerd op een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dat hij met de Regiotaxi kon reizen. Appellant stelde echter dat hij vanwege zijn psychiatrische aandoening niet met de Regiotaxi kon reizen en vroeg om een hogere tegemoetkoming voor gewoon taxivervoer.
Het college wees het verzoek van appellant af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat appellant het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit van 8 februari 2010 had moeten indienen. Appellant stelde dat zijn aanvraag als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat een verklaring van zijn huisarts als nieuw feit moest worden beschouwd.
De Raad oordeelde dat het verzoek van 4 maart 2010 als een tijdig ingediend bezwaarschrift moet worden aangemerkt en dat het college het bezwaar alsnog moet behandelen. Daarbij moet het college rekening houden met de gemotiveerde verklaring van de huisarts dat appellant niet met de Regiotaxi kan reizen. Het eerdere besluit is daarmee niet onherroepelijk geworden. De Raad draagt het college op binnen zes weken het gebrek te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het bezwaar van appellant alsnog te behandelen en het gebrek binnen zes weken te herstellen.