Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
verklaarthet hoger beroep ongegrond en,
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende had voor het jaar 2015 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen waarbij hij een giftenaftrek claimde van ruim €19.000, waaronder bedragen aan omzetbelasting en belastingen aan lagere overheden. De Inspecteur wees deze aftrek af en de Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de betaalde belastingen en heffingen als giften aftrekbaar moesten zijn. Het Hof overwoog dat volgens artikel 6.33 Wet IB 2001 giften alleen aftrekbaar zijn als bevoordelingen uit vrijgevigheid of als verplichte bijdragen zonder directe tegenprestatie. Het betalen van belasting is een wettelijke verplichting en geen uiting van vrijgevigheid. De wetsgeschiedenis toont dat met verplichte bijdragen vooral morele verplichtingen worden bedoeld, niet belastingschulden.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende geen recht heeft op de door hem geclaimde giftenaftrek en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Ook de belastingrente werd gehandhaafd omdat daartegen geen concrete grieven waren ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd; belastingen zijn geen aftrekbare giften.