Belanghebbende ontving van haar echtgenoot een onverdeeld erfpachtrecht op een villa gelegen op een opengesteld landgoed als bedoeld in de Natuurschoonwet 1928 (NSW). De Inspecteur legde een aanslag schenkbelasting op, welke belanghebbende betwistte. De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk en mat de aanslag naar beneden.
In hoger beroep stond centraal of sprake was van een belastbare schenking en of de aanslag correct was vastgesteld. Het Hof oordeelde dat de schenking belastbaar is omdat het registergoed binnen 25 jaar na verkrijging werd vervreemd, conform artikel 8a NSW. De stelling van belanghebbende dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis werd verworpen wegens onvoldoende bewijs.
De waarde van de schenking werd vastgesteld op basis van de WOZ-waarde minus de waarde van de erfpachtcanon, waarbij het Hof de berekening van de Inspecteur volgde en de aanslag verminderde van €47.426 naar €6.964. Het bewijsaanbod van belanghebbende werd niet gehonoreerd wegens het niet aanleveren van bewijs. Het Hof wees een integrale proceskostenvergoeding af maar gelastte de Inspecteur het griffierecht te vergoeden.