Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/301037 / HA ZA 15-409)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven in principaal hoger beroep met 10 producties (genummerd 15 tot en met 24) en wijziging van de eis;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met een productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
- het door dit hof in de voorafgaande procedure onder zaaknummer 200.081.499/01 gewezen tussenarrest van 21 augustus 2012 (onder meer als prod. 1 bij de inleidende dagvaarding);
- het door dit hof in de voorafgaande procedure onder zaaknummer 200.081.499/02 gewezen eindarrest van 18 maart 2014 (onder meer als prod. 2 bij de inleidende dagvaarding).
3.De beoordeling
(hof: 2002)gedateerde en door [appellant] ondertekende opdrachtbevestiging is vermeld dat de prijs daarvoor € 94.010,- inclusief BTW bedraagt en voorts dat deze prijs in de volgende termijnen moest worden betaald:
- 10% bij de opdrachtbevestiging;
- 50% bij aanvang / levering warmtewisselaars;
- 30% bij aanvang besturing / levering warmtepomp;
- 10% bij werk gereed.
(hof: de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda)een procedure aanhangig gemaakt tot betaling van de door [appellant] onbetaald gelaten factuur ad € 28.203,-. In reconventie heeft [appellant] nakoming van de overeenkomsten ter zake de koeldeksystemen op de locaties [vestigingsplaats 2] en [vestigingsplaats 3] gevorderd met veroordeling van R&R tot betaling van de door hem geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met rente.
- het beloop van de schade die R&R aan [appellant] zal moeten vergoeden te bepalen op de bedragen zoals in het in de conclusie van repliek vermelde overzicht is aangegeven (exclusief btw) en R&R te veroordelen om dit aan [appellant] te betalen, met daarbij het verzoek dat wanneer een bepaalde schadepost door de rechtbank is vastgesteld, deze schadepost (conform artikel 615b Rv) dan afzonderlijk toe te wijzen;
- een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over de vastgestelde schadebedragen vanaf de datum zoals aangegeven in de schadestaat tot aan de dag der algehele voldoening;
- vervroegd verwijderen koeldeksysteem en aanpassen ventilatie: € 91.627,--
- vervroegd vervangend luchtwassersysteem en voorzieningen: € 204.674,70
- mestsilo: n.v.t.
- schade mest: € 199.200,--
- overige kosten: € 46.450,--
- bedrijfsschade: € 58.080,--
- groeiverlies luchtkwaliteit: € 1.161.576,--
- gemiste energiebesparing: n.v.t.
- vervroegd verwijderen koeldeksysteem en aanpassen ventilatie: € 181.895,63
- vervroegd vervangend luchtwassersysteem en voorzieningen: € 285.739,80
- mestsilo: € 45.000,--
- schade mest: € 256.200,--
- overige kosten: € 30.800,--
- bedrijfsschade: € 84.942,--
- groeiverlies luchtkwaliteit: € 1.279.100,--
- gemiste energiebesparing: € 58.812,-
- Uit de arresten van het hof van 21 augustus 2012 en 18 maart 2014 volgt dat het koeldeksysteem van meet af aan niet geschikt is geweest voor de bedrijfssituatie van [appellant] en dat dit in hoofdzaak aan R&R is toe te rekenen (rov. 3.6).
- Deugdelijke nakoming door R&R van haar verbintenis om een voor de bedrijfssituatie van [appellant] geschikt koeldeksysteem te leveren is blijvend onmogelijk. Ontbinding van de koopovereenkomsten is echter niet aan de orde omdat het hof de daarop betrekking hebbende eiswijziging niet heeft toegestaan. Toekenning van vervangende schadevergoeding en eventueel aanvullende schadevergoeding is echter wel mogelijk (rov. 3.7).
- Het standpunt van R&R over de invloed van – kort gezegd – eigen schuld van [appellant] moet worden verworpen (rov. 3.7).
- De maatstaf voor vervangende schadevergoeding is de waarde van de door R&R verschuldigde prestatie (het leveren en installeren van een functionerend koeldeksysteem op de locaties [vestigingsplaats 2] en [vestigingsplaats 3] ). De waarde van die uitgebleven prestatie is te stellen op de koopprijs van het koeldeksysteem (rov. 3.8, eerste deel).
- Er moet echter rekening worden gehouden met het feit dat [appellant] inmiddels de nodige afschrijvingen op de systemen moet hebben verricht. Daarom is toekenning van de helft van de koopprijs redelijk en billijk. De vervangende schadevergoeding wordt daarom begroot op € 60.940,85. De wettelijke rente over dat bedrag is toewijsbaar vanaf 24 februari 2015 zoals gevorderd. De kosten van het door [appellant] aangeschafte luchtwassersysteem komen niet voor vergoeding door R&R in aanmerking (rov. 3.8, tweede deel).
- In rov. 3.9.1 heeft de rechtbank geoordeeld dat de posten die verband houden met de aanschaf en installatie van een luchtwassersysteem niet voor vergoeding in aanmerking komen.
- In rov. 3.9.3 heeft de rechtbank geoordeeld dat de door [appellant] overgelegde expertiserapporten niet dienstig zijn als basis voor de begroting van de vervangende schadevergoeding en dat de rechtbank advies van een te benoemen deskundige nodig heeft voor zover een post voor begroting in aanmerking komt.
- In rov. 3.9.4 is de rechtbank ingegaan op de posten “verwijderen koeldeksysteem” en “bedrijfsschade”.
- In rov. 3.9.5 is de rechtbank ingegaan op de post “schade mest/silo”.
- In rov. 3.9.6. heeft de rechtbank geoordeeld dat de post “groeiverlies varkens” moet worden afgewezen.
- In rov. 3.9.7. heeft de rechtbank geoordeeld dat de post “gemiste energiebesparing” moet worden afgewezen.
- R&R (met toepassing van artikel 615b Rv) veroordeeld om aan [appellant] € 60.940,85 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 24 februari 2015;
- die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- de partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de aangekondigde deskundigenrapportage, de voorgestelde vragen, de voorgestelde deskundigen en hun kostenbegroting;
- iedere verdere beslissing aangehouden.
- veroordeling van R&R tot vergoeding van de door [appellant] gevorderde schadebedragen;
- zo nodig terugverwijzing van de zaak naar de rechtbank voor een deskundigenbericht ten aanzien van de posten “mest en mestsilo” en “verwijdering en bedrijfsschade”;
- bekrachtiging van het vonnis voor zover door [appellant] in principaal hoger beroep aangevochten;
- vernietiging van het vonnis voor zover het betreft de veroordeling van R&R om aan [appellant] € 60.940,85 te betalen (met, naar het hof begrijpt, afwijzing alsnog van dit onderdeel van de vordering);
- veroordeling van [appellant] om al hetgeen R&R op grond van het vonnis aan [appellant] heeft voldaan, aan R&R terug te betalen, vermeerderd met wettelijke rente;
- dat [appellant] in beginsel recht heeft op vervangende schadevergoeding omdat deugdelijke nakoming door R&R van haar verbintenis om een voor de bedrijfssituatie van [appellant] geschikt koeldeksysteem te leveren blijvend onmogelijk is en dat ontbinding van de overeenkomst gelet op het arrest van dit hof van 18 maart 2014 niet aan de orde is;
- dat als maatstaf voor vervangende schadevergoeding de waarde van de door R&R verschuldigde prestatie (het leveren en installeren van een functionerend koeldeksysteem op de locaties [vestigingsplaats 2] en [vestigingsplaats 3] ) kan worden genomen;
- dat die waarde gesteld kan worden op de koopprijs van het koeldeksysteem;
- dat gelet op het feit dat [appellant] inmiddels de nodige afschrijvingen op de systemen moet hebben verricht, toekenning van de helft van de koopprijs in beginsel redelijk en billijk is;
- dat de helft van de koopprijs € 60.940,85 bedraagt.
- de post “schade mest”, die [appellant] in de inleidende dagvaarding heeft begroot op € 84.000,-- voor de locatie [vestigingsplaats 2] en op € 87.750,-- voor de locatie [vestigingsplaats 3] ;
- de post “mestsilo” die [appellant] heeft begroot op € 45.000,--.
- Verwijdering van de koeldeksystemen uit de stallen te [vestigingsplaats 2] en [vestigingsplaats 3] is nodig.
- Het is aannemelijk dat daardoor de bedrijfsactiviteiten van [appellant] gedurende enige tijd in enige mate stil komen te liggen.
- Er is causaal verband aanwezig tussen de tekortkoming van R&R en deze schade.
- Bij de begroting van de schade is wel van belang dat de systemen vanaf 1996 ( [vestigingsplaats 2] ) en 2002 ( [vestigingsplaats 3] ) tot op heden onafgebroken zijn blijven liggen en op enig moment ook zonder tekortkoming van R&R zouden moeten worden verwijderd. Het moment dat het systeem sowieso vanwege het einde van de levensduur of vanwege gewijzigde milieuregelgeving vervangen had moeten worden, is naderbij gekomen.
- De tussen partijen te betrachten redelijkheid en billijkheid brengen daarom mee dat de kosten van verwijdering van het systeem en de daarmee gepaard gaande bedrijfsschade voor 50% door R&R vergoed moet worden en voor 50% door [appellant] zelf moet worden gedragen.
- € 45.270,-- aan meerkosten van het vloer- en putsysteem te [vestigingsplaats 2] ;
- € 84.982,-- aan meerkosten van het vloer- en putsysteem te [vestigingsplaats 3] ;
- € 37.018,-- voor de kosten van het ventilatiesysteem te [vestigingsplaats 2] ;
- € 46.740,-- voor de kosten van het ventilatiesysteem te [vestigingsplaats 3] ;
- € 17.000,-- kostenstijging luchtwasser [vestigingsplaats 2] ;
- € 32.350,-- kostenstijging luchtwasser [vestigingsplaats 3] .
- Het hof zal het vonnis vernietigen voor zover daarin de beslissing besloten ligt dat R&R de gelegenheid krijgt om zelf binnen een half jaar na de datum van het vonnis voor verwijdering van de koeldeksystemen te zorgen. Het hof zal bepalen dat de rechtbank daarover na het deskundigenbericht dient te beslissen.
- Het hof zal het vonnis bekrachtigen voor zover aangevochten door de grieven V en VI in principaal hoger beroep.
- Het hof zal grief IV in principaal hoger beroep en grief B in incidenteel hoger beroep verwerpen.