Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/358235 / KG ZA 19-251)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven
- het tegen de man verleende verstek.
3.De beoordeling
voorzieningenrechterheeft de vorderingen sub 1 en 3 afgewezen en de vorderingen sub 2 en 4 toegewezen. Hij heeft daartoe als volgt overwogen (rov. 4.3. en 4.4.):
vrouwis tijdig in hoger beroep gekomen. Zij heeft geconcludeerd tot, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, vernietiging van het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter en opnieuw rechtdoende:
vrouwallereerst dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat zij onvoldoende gewichtige redenen heeft die een machtiging tot het te gelde maken van de woning rechtvaardigen. Zij voert hiertoe het volgende aan.
hofoordeelt als volgt.
of(curs. hof) om andere gewichtige redenen”.