ECLI:NL:HR:2002:AE4380
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kort geding machtiging tot verkoop en eigendomsoverdracht woning uit huwelijksgemeenschap
In deze zaak vorderde de man bij kort geding dat de vrouw werd veroordeeld mee te werken aan de verkoop en eigendomsoverdracht van haar aandeel in de voormalige echtelijke woning, met een bepaling dat bij gebrek aan medewerking het vonnis diens wilsverklaring zou vervangen. De President van de Rechtbank Almelo wees de vordering toe, welke beslissing door het Gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de voorziening in kort geding toewijsbaar was op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro. De stelling dat een machtiging als bedoeld in artikel 3:174 BW Pro niet in kort geding kan worden verleend, werd verworpen.
Ook het middel dat het hof het vonnis van de President niet had mogen bekrachtigen vanwege het ontbreken van een termijnstelling voor inschrijving in de openbare registers, faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis tot medewerking aan verkoop en eigendomsoverdracht blijft in stand.