Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
primairverzocht voormelde beschikking te vernietigen en
subsidiairverzocht om echtgenote van betrokkene tot mentor te benoemen, met veroordeling van de stichting in de kosten van het geding.
- de echtgenote van betrokkene, bijgestaan door mr. Van den Heuvel;
- namens de stichting, mr. J.M. de Vries;
- de mentor, mevrouw [de mentor] en haar medewerkster mevrouw [medewerkster] ;
- de dochter van [appellant] c.s..
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 8 november 2018;
- de brief met bijlage van de advocaat van de stichting d.d. 13 september 2019;
- de brief met bijlagen van de mentor d.d. 16 september 2019;
- de brief van de echtgenoot van de dochter van [appellant] c.s. d.d. 18 september 2019;
- de ter zitting in hoger beroep door mr. Van den Heuvel overgelegde en voorgedragen pleitnotitie.
3.De beoordeling
“niet ten volle”in staat is zijn belangen van niet- vermogensrechtelijke aard waar te nemen, hetgeen het eenvoudiger maakt om een mentorschap in te stellen. De kantonrechter miskent verder dat de brief van de stichting aan de kantonrechter van 19 oktober 2018 niet is gestaafd met bewijs. In deze brief zijn door de stichting hoofdzakelijk niet concrete en suggestieve algemeenheden vermeld, welke zijn gebaseerd op de verklaringen van de dochter van [appellant] c.s. en de arts [arts] . De dochter van [appellant] c.s. is met de echtgenote van betrokkene gebrouilleerd. De verklaring van de arts [arts] is niet bruikbaar omdat zij in dienst is van de stichting. Bovendien noopt de verklaring van laatstgenoemde niet tot de instelling van een mentorschap.