ECLI:NL:GHSHE:2019:4052
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning op peildatum 1 januari 2015 na hoger beroep
Belanghebbende, erfgenaam van de overleden eigenaar, kreeg een WOZ-beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ met een waarde van €475.000 voor het kalenderjaar 2016. Na bezwaar en een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant die de beschikking handhaafde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het geschil betrof de vraag of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Belanghebbende stelde dat de waarde lager moest zijn, primair €423.000 en subsidiair €442.000, zonder taxatierapport. De Heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van juni 2017, gebaseerd op vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Het Hof oordeelde dat de beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ een nieuwe waardevaststelling betreft en dat de Heffingsambtenaar bevoegd is tot ambtshalve waardevermindering. Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat de waarde niet lager mag zijn dan de initiële beschikking. De vergelijkingsobjecten werden grotendeels aanvaard, met uitzondering van twee te ver verwijderde objecten. De waardedrukkende factoren aangevoerd door belanghebbende waren voldoende verdisconteerd in de gehanteerde prijs per kubieke meter.
Het Hof concludeerde dat de Heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde van €475.000 niet te hoog was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €475.000 wordt bevestigd.