ECLI:NL:GHSHE:2019:4057
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing afboeking herinvesteringsreserve op nieuw gebouwde bedrijfshal
Belanghebbenden verkochten in 2013 een perceel dat deel uitmaakte van het ondernemingsvermogen van hun V.O.F. Voor de boekwinst werd een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd. De Inspecteur stond afboeking van de HIR toe op een nieuw aangeschafte CNC-machine, maar niet op de nieuw gebouwde bedrijfshal waarin deze machine staat. Belanghebbenden betwistten dit en stelden tevens dat het perceel verplicht privévermogen was.
Het hof oordeelde dat het perceel ten tijde van aanschaf keuzevermogen was en dat er geen reden was tot heretikettering. De afboeking van de HIR op de bedrijfshal werd afgewezen omdat de hal niet één bedrijfsmiddel vormt met de machine, de hal in meer dan tien jaar moet worden afgeschreven en er geen sprake is van dezelfde economische functie tussen het perceel en de hal.
Verder werd het beroep van belanghebbenden op een hogere kostenvergoeding in de bezwaarfase afgewezen. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aanslagen inkomstenbelasting en Zvw werden als juist vastgesteld.
De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 24 oktober 2019 en is ter openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen en afwijzing van afboeking van de herinvesteringsreserve op de bedrijfshal.