Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[handelsnaam],
11.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 4 juni 2019;
- de memorie na niet gehouden enquête van [appellant] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure staat een geschil omtrent de huur van een mestopslagput centraal, waarbij appellant een huurvermindering vordert wegens een vermeend gebrek in de omvang van de mestopslagput. Uit een deskundigenbericht blijkt echter dat dit gebrek niet bestaat.
Appellant heeft in reconventie vorderingen ingesteld tot betaling van een bedrag van € 400,-- inclusief btw voor geleverde compost en een vordering gerelateerd aan de mestopslagput, maar is niet geslaagd in de bewijslevering. Deze vorderingen zijn daarom afgewezen.
De kantonrechter heeft appellant veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 5.300,-- aan achterstallige huur, wettelijke handelsrente vanaf februari 2015 en buitengerechtelijke incassokosten van € 640,--. Het hof bevestigt deze beslissingen en wijst alle grieven van appellant af.
Ten slotte wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof bekrachtigt daarmee het bestreden vonnis van 11 mei 2016.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af, met veroordeling in de proceskosten.