Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2],
wonende te [woonplaats] ,
[appellant 3],
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 4] ,
5.Het verloop van de procedure in beide zaken
- de tussenarresten van 15 januari 2019 waarbij het hof in beide zaken een comparitie van partijen heeft gelast;
- de comparitie van partijen in beide zaken van 3 juli 2019, waarbij zijn verschenen:
6.De beoordeling in beide zaken
“Toen erflater werd opgenomen in Berkenstaete had hij geen beheer meer over zijn geld. Dat kon daar niet. Ik haalde hem minstens één keer per week op. Dan bekeek hij bij mij de financiën.”