Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (C/03/201589 / HA ZA 15-56)
2.Het geding in hoger beroep
- het tussenarrest van 7 mei 2019 waarin een comparitie van partijen is bepaald en de in dat arrest vermelde stukken;
- het proces-verbaal van comparitie en de daarin vermelde stukken;
- de brief van de zijde van [adviseurs en accountants] van 31 oktober 2019.
3.De beoordeling
een vreemde eend in de bijt door de samenwerking met [coach en trainer] , in overleg met de RvB is besloten dat lopende, succesvolle externe commerciële activiteiten voorlopig worden voortgezet. Nieuwe worden niet opgestart.