Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader van 26 september 2019;
- de brief van de pleegouders van 15 oktober 2019.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen centraal. De kinderen zijn sinds 28 november 2017 uit huis geplaatst en verblijven sinds augustus 2018 gezamenlijk in een perspectief biedend pleeggezin. De vader, die het eenhoofdig gezag heeft, is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die de machtiging verlengde tot 28 januari 2020.
De vader voert aan dat de uithuisplaatsing niet het ultimum remedium is, verwijst naar een verbeterde thuissituatie door een nieuwe partner en psychische stabiliteit, en verzoekt om een onafhankelijk deskundigenonderzoek. De gecertificeerde instelling en de raad verzetten zich tegen het beroep en adviseren bekrachtiging van de beschikking.
Het hof overweegt dat ondanks de beëindiging van de problematische relatie en de positieve ontwikkelingen bij de vader, er onvoldoende sprake is van een stabiele en veilige opvoedsituatie. De vader toont geen intrinsieke motivatie voor noodzakelijke hulpverlening en neemt onvoldoende verantwoordelijkheid voor eerdere geweldsincidenten. Het verzoek tot deskundigenonderzoek wordt afgewezen vanwege onvoldoende concreetheid en het belang van de kinderen bij rust en duidelijkheid.
Het hof concludeert dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De vermeende strijd met het EVRM en IVRK wordt verworpen omdat het belang van het kind voorop staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen tot uiterlijk 28 januari 2020.