Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
- het tussenarrest van 6 november 2018 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie van 17 december 2018;
- de memorie van grieven met 16 producties;
- de memorie van antwoord;
- de namens Maasvallei op voorhand toegezonden producties 17 tot en met 20 die tijdens het pleidooi in het geding zijn gebracht;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
Nadat vervolgens een andere deskundige was benoemd, heeft de (nader benoemde) deskundige De Wild (van Gevelraad) op 1 mei 2017 gerapporteerd.
Overigens heeft Maasvallei bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep opgemerkt dat zij onverplicht – en strikt genomen zonder daartoe gerechtigd of bevoegd te zijn – de sleuf achter de nutskast dicht heeft laten maken.
met inachtneming van de door de deskundige aangedragen oplossingen.
.Daarmee wordt, naar het hof begrijpt, bedoeld het (aan de buitenzijde) aanbrengen van een (vloeibaar) middel op een stenen muur; dit middel dringt dan deels ook door in de enigszins poreuze stenen en voegen. Dit middel laat geen vocht door van buiten naar binnen, maar laat wel damp door van binnen naar buiten.
Maar een meer ingrijpende oplossing als het aanpakken van de koudebrug door de gevel aan de binnenzijde dampdicht te isoleren en/of het hydrofoberen (verlagen van het vochtopnemend vermogen) van de zijmuur kan ook noodzakelijk zijn. Net als het dampdicht maken van bijvoorbeeld de houten begane grondvloer.In alle gevallen zal het door schimmels aangetaste behang moeten worden verwijderd, en de achterblijvende schimmels moeten worden aangepakt met een schimmeldodend middel. Achterblijvende aanwezige schimmel(sporen) leiden vaak tot en (her)groei van (nieuwe) schimmels onder minder vochtige omstandigheden, waardoor de genomen maatregelen soms niet (volledig) tot hun recht komen. [cursivering hiervoor van het hof].”
In elk geval is niet met een voor dit kort geding voldoende mate van zekerheid aannemelijk geworden dat de vochtoverlast welke [geïntimeerde] stelt te ondervinden herleid kan worden tot een - zoals de deskundige dat noemt - “maatgevend” gebrek aan de woning. Nader - deskundig - onderzoek zou daartoe noodzakelijk zijn, maar daarvoor is in dit kort geding geen plaats.
Bij de opdracht aan de deskundige komt vochtoverlast in de keldermuren, maar ook vocht in de zijmuur op de eerste verdieping, aan de orde. In de vraagstelling wordt over schimmelvorming niet gerept.
[het betreft hier in feite de uitwerking van vordering sub F; de onderverdeling is van het hof]
mogelijkeoplossingen genoemd het dampdicht maken van de vloer van de begane grond. En voor zover gesproken wordt over het verwijderen van door schimmel aangetast behang gaat het in de context van het rapport kennelijk uitsluitend om de schimmelgroei bij de zijmuur op de eerste verdieping. Maasvallei wijst hier in haar toelichting bij grief 4 sub 45 en 46 terecht op.
De deskundige heeft hierop (blad 24 van zijn rapport) geantwoord dat het verwijderen van afwerkingen als behang en het aanpakken van de ondergrond met een schimmeldodend middel voor alle delen van de zijmuur geldt waar schimmelgroei zichtbaar, en mogelijk in aanleg aanwezig is. Zaken zoals schimmelvorming onder de vloer, achter de gipsplaten en houten en/of kunststof platen zijn niet onderzocht omdat dit niet nodig werd geacht voor het beantwoorden van de vragen van de Rechtbank. Om een inhoudelijke reactie te kunnen geven zou aanvullend destructief onderzoek noodzakelijk zijn, aldus de deskundige.
Algemeen bekend kan worden geacht dat schimmels gedijen in een vochtig milieu. Maasvallei heeft een aantal werkzaamheden uitgevoerd: het voegwerk is verbeterd; de doorvoer is gedicht; de sleuf achter de nutskast is afgedekt. Mogelijk heeft dit geen onmiddellijk effect; immers waren diverse muren van vocht verzadigd en het kost tijd om deze op te laten drogen. In de tussentijd kan ook [geïntimeerde] er het hare aan doen om het vocht in de woning te verminderen.
Voor het onderhavige geval geldt echter dat Maasvallei bij deze grief geen belang heeft waar het gaat om de toegewezen vorderingen sub C, D en H, welke onderdeel uitmaakten van de vaststellingsovereenkomst en ook zijn nagekomen, dat zij ook geen belang heeft bij deze grief waar het gaat om de vorderingen met betrekking tot de constructie van de straat en met betrekking tot de sleuf achter de meterkast welke door de kantonrechter zijn afgewezen, en ook geen belang heeft bij deze grief voor zover het betreft vorderingen sub E, F en G nu deze weliswaar door de kantonrechter zijn toegewezen, maar door het hof zullen worden afgewezen. Deze grief leidt dus niet tot vernietiging van het vonnis.