Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
115,--
pm
1.847.16
pm
1.847.16
pm
1.847.16
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant huurt sinds 2005 een gemeubileerd appartement van geïntimeerde en betwist de hoogte en rechtmatigheid van de in rekening gebrachte servicekosten en nutsvoorzieningen over drie afrekeningstijdvakken. In eerste aanleg wees de kantonrechter zijn vorderingen af. In hoger beroep vordert appellant vernietiging van dat vonnis en een verklaring voor recht omtrent zijn betalingsverplichtingen, alsmede terugbetaling van teveel betaalde bedragen.
Het hof oordeelt dat appellant ontvankelijk is in hoger beroep en dat zijn vordering niet onder de appelgrens valt. De vervaltermijn van artikel 7:260 lid 2 BW Pro is niet overschreden. De servicekosten moeten worden beoordeeld aan de hand van de huurovereenkomst en het Besluit servicekosten. Het hof stelt vast dat bepaalde posten, zoals kosten voor Ziggo kabeltelevisie en tuinonderhoud, ten onrechte aan appellant zijn doorberekend, evenals afschrijvingskosten van wasmachine en droger en een deel van de schoonmaakmiddelen. Kleine reparaties in het laatste jaar zijn onvoldoende onderbouwd en mogen niet worden doorberekend.
De nutsvoorzieningen zijn niet concreet betwist met voldoende onderbouwing, zodat deze vordering faalt. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en stelt de betalingsverplichtingen voor de servicekosten per periode vast, veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van de teveel betaalde bedragen met wettelijke rente en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof stelde de betalingsverplichting voor servicekosten vast en veroordeelde geïntimeerde tot terugbetaling van teveel betaalde bedragen met wettelijke rente, terwijl de vordering over nutsvoorzieningen werd afgewezen.