Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[de coöperatie U.A.] Coöperatie U.A.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/244912 / HA ZA 18-13)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek;
- de memorie van grieven met één productie.
3.De beoordeling
Coöperatie met Uitgesloten Aansprakelijkheid in oprichting” hebben op 1 november 2015 een overeenkomst gesloten, verder aan te duiden als “de overeenkomst”.
De ZZPer zal, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Cooperatie U.A., 2 jaren na beeindiging van deze Cooperatie U.A., niet in enigerlei vorm, een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van de Cooperatie U.A, vestigen, mede drijven, of mede doen drijven. Daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking, binnen een straal van 20 kilometer gerekend van de laatste vestigingsplaats van de Cooperatie U.A.. Dit op straffe van € 250,= per dag bij overtreding van dit beding. Onverminderd het recht van Cooperatie op volledige schadevergoeding, hier kunnen geen andere rechten aan worden ontleend.
tot juridische vervolging (…) tegen (…) [geïntimeerde] .” De uitvoering van het (interne) besluit van 5 augustus 2017, veronderstelt een (stilzwijgende) bekrachtiging van de door [bestuurder 1 van appellante] eerder met [geïntimeerde] gesloten overeenkomst. Met de ontvangst en kennisneming van de dagvaarding, het daarbij nadrukkelijk ingeroepen besluit van 5 augustus 2017 en de daarin ingeroepen (aanspraak op nakoming van het eerder met [bestuurder 1 van appellante] ) overeengekomen beding, heeft [geïntimeerde] kunnen en moeten begrijpen dat de coöperatieve vereniging de eerder door [bestuurder 1 van appellante] met hem gesloten overeenkomst had bekrachtigd.