Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin een contactregeling met haar minderjarige kind werd vastgesteld. Het kind verblijft sinds maart 2019 in een gezinshuis na een uithuisplaatsing.
De moeder verzocht het hof om de eerdere omgangsregeling, die gold vóór de uithuisplaatsing, te herstellen en de beschikking van de rechtbank te vernietigen. De rechtbank had echter de schriftelijke aanwijzingen van de gecertificeerde instelling (GI) vervallen verklaard en een nieuwe contactregeling vastgesteld waarbij bezoeken eenmaal per maand onder begeleiding van een gedragsdeskundige plaatsvinden.
Het hof overweegt dat de eerdere omgangsregeling niet zonder meer kan worden hersteld omdat de situatie fundamenteel is veranderd door de uithuisplaatsing. De contactregeling van de rechtbank is duidelijk en in het belang van het kind, waarbij de emotionele belasting wordt beperkt door begeleiding. Uitbreiding van contactmomenten acht het hof momenteel niet wenselijk.
De moeder is niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank voor zover aan het hof onderworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de contactregeling van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de moeder af.