ECLI:NL:GHSHE:2019:4624
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang van verzorging en opvoeding
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juli 2019, waarin de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind werd verlengd en een machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend aan Jeugdbescherming.
De moeder betwist de uithuisplaatsing en stelt dat het kind beter af is in een vertrouwde thuissituatie met passende hulp. Jeugdbescherming en het hof oordelen echter dat de hulpverlening thuis onvoldoende effect had en dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige.
Het hof overweegt dat het kind sinds augustus 2017 onder toezicht staat en dat er ernstige problemen waren zoals fors schoolverzuim, verstoord dag- en nachtritme en sociale isolatie. De uithuisplaatsing bij de jeugdhulpinstelling Pandor biedt ruimte voor onderzoek en behandeling, die thuis niet mogelijk was.
Hoewel de moeder en het kind het moeilijk hebben met de uithuisplaatsing, is het belang van het kind leidend. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en benadrukt het belang van voortzetting van de hulpverlening en de mogelijkheid tot geleidelijke terugkeer naar huis.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij een jeugdhulpinstelling tot uiterlijk 11 juli 2020.