Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant vernietigd en het ten laste gelegde bewezen verklaard dat verdachte op 29 februari 2016 in Nederland 28 zakken caustic soda voorhanden had, waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet.
De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen omdat het hof deze niet bewezen achtte. De verdediging voerde aan dat caustic soda een legaal schoonmaakmiddel is en dat niet bewezen kon worden dat verdachte wist van de illegale bestemming. Het hof achtte echter de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, gelet op de observaties van het transport en de hoeveelheid caustic soda die niet in verhouding stond tot een legale toepassing.
Het hof stelde vast dat verdachte de zakken caustic soda had gekocht van een venter, maar de omstandigheden en het observatieteam toonden aan dat de zakken direct vanuit een bestelbus naar de loods werden gebracht. De straf werd mede bepaald rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Uiteindelijk werd een gevangenisstraf van 12 weken opgelegd, waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.