ECLI:NL:RBOBR:2016:4946
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van den Heuvel
- C.J. Sangers- de Jong
- F. Schneider
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor voorbereidingshandelingen amfetamine/MDMA
Op 29 februari 2016 werd verdachte verdacht van het voorhanden hebben van 28 zakken met caustic soda, bestemd voor het voorbereiden van een strafbaar feit met amfetamine/MDMA. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier maanden, deels voorwaardelijk.
De verdediging voerde aan dat de inhoud van de zakken niet was getest en dat verdachte zeep had gekocht voor reiniging van zijn garage, waardoor het niet bewezen kon worden dat verdachte wist of vermoedde dat de zakken bestemd waren voor drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de zakken bestemd waren voor drugshandel. Ook de informatie van het Team Criminele Inlichtingen en eerdere betrokkenheid bij een XTC-laboratorium waren onvoldoende om dit te bewijzen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Dit vonnis werd gewezen op 8 september 2016 door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor het ten laste gelegde feit.